Vrijdag 18 mei 2012

MIJNWATER: pompen of verzuipen

door Paul Geilenkirchen

Vanaf eind jaren zestig sloten de steenkolenmijnen in Limburg één voor één hun poorten. Ondergrondse waterdoorbraken vanuit de gesloten mijnen vormden een groot gevaar voor de mijnen die nog in bedrijf waren. De Commissie Wateroverlast bedacht een slim plan: de Pompmijn Domaniale.

Een tweede leven voor schacht Beerenbosch II

Hijsinstallatie

De bovengrondse hijsinstallatie
(foto © M. Dreuw)

Na het besluit van de Regering in 1965 om de mijnbouw in Nederland te beëindigen sloten de steenkolenmijnen in Limburg één voor één hun poorten. Tussen de sluiting van het eerste en het laatste bedrijf lag een periode van ruim acht jaar.

Zodra een mijn sluit, stoppen ook de ondergrondse pompen. En in dat stopzetten van de pompen schuilt een groot gevaar: MIJNWATER!! Veel gangenstelsels zijn immers onderling verbonden. Vanuit de gesloten mijnen kan wateroverlast ontstaan voor mijnen die nog in bedrijf zijn. Een scenario dat de Inspecteur-Generaal der Mijnen met alle mogelijke middelen wilde voorkomen.

Het gevaar kwam niet alleen vanuit Nederland. In 1968 maakte de EBV bekend dat de mijn Gouley in Würselen binnen een jaar zou sluiten. De Nederlandse pompinstallaties waren niet berekend op de ondergrondse watertoevloed vanuit Duitsland van meer dan 13.000 liter per minuut.

Alleen het gebied van de staatsmijn Maurits en de concessies van de Wilhelmina, Emma en Julia ten oosten van de Feldbiss-storing waren van overlast gevrijwaard. Maar voor de overige Limburgse mijnen gold het adagium "pompen of verzuipen".

Commissie Wateroverlast

Naar goed Nederlands gebruik werd medio 1968 een commissie ingesteld met de opdracht een studie uit te voeren naar mogelijke oplossingen. In deze Commissie Wateroverlast waren het Geologisch Bureau, het Staatstoezicht op de Mijnen en alle mijndirecties vertegenwoordigd. De commissie oriënteerde zich vooral op het Duitse Ruhrgebied, waar men in de loop der jaren aardig wat expertise op gebied van ondergrondse waterbeheersing had opgebouwd.

In 1969 kwam de commissie met een ingenieus plan: de Pompmijn Domaniale. De bedoeling was om de van zuidwest naar noordoost lopende Willemstoring hermetisch af te sluiten. Deze breuk in de aardkorst was van nature waterkerend. Door nu alle steenwerk-doorsnijdingen te dichten zou op een diepte van -138 m N.A.P. een soort dam ontstaan die de mijnen ten noorden van de Willemstoring vrijwaarde van grote wateroverlast. Ten zuiden van de Willemstoring zou een ondergronds waterbassin ontstaan van waaruit het water omhoog kon worden gepompt.

De watertoevloed ten noorden van de Willemstoring kon worden opgevangen met de bestaande ondergrondse pompcapaciteit op de mijn Julia, zodat ook de Oranje-Nassau Mijn I en de noordelijker gelegen mijnen geen wateroverlast zouden ondervinden van hun ‘voorgangers’.

Het ondergrondse waterbassin (geel gekleurde gebied). De dikke zwarte lijn van boven naar beneden is de beruchte Feldbiss, een storing in de aardkorst. Dwars erop loopt de Willemstoring.

Twaalf ondergrondse dammen

In 1969 richtten de particuliere mijnondernemingen Willem-Sophia, Oranje-Nassau Mijnen en Laura & Vereeniging de Kleine Pomp Gemeenschap (K.P.G.) op. De uitvoering van het project was in handen van de N.V. Oranje-Nassau Mijnen. Met een twaalftal ondergrondse dammen - zes in de concessie van de Domaniale Mijn en zes in de concessie van de Willem-Sophia - werd de Willemstoring hermetisch afgesloten. Dat gebeurde met zogenaamde kleefdammen, enorme conische betonnen proppen, in lengte variërend van 7 tot 15 meter. Kosten noch moeite werden gespaard om de constructies zo goed mogelijk waterdicht te krijgen, later zouden ze immers onbereikbaar zijn.

Voor de locatie van de pompschacht viel de keuze op schacht Beerenbosch II van de Domaniale Mijn in Kerkrade. In deze schacht werden op een diepte van -225 meter N.A.P. drie onderwaterpompen met elk een vermogen van 11.000 liter per minuut ingericht. De pompen hingen aan lange kabels die gemonteerd waren aan een bovengrondse hijsinstallatie, zodat men de diepte kon regelen. Het warme mijnwater werd via een ondergronds waterafvoerkanaal afgevoerd naar de rivier De Worm. Als in de winter sneeuw lag, was het verloop van de afvoerwatering duidelijk zichtbaar omdat de sneeuw door de warmte van het opgepompte water smolt.

Klik hier voor een dwarsdoorsnede van de pompschacht.

Overname door de Eschweiler Bergwerks Verein (EBV)

De inrichting van de pompmijn was een technisch complex en kostbaar project, de aanleg nam meer dan een jaar in beslag en vond grotendeels diep onder de grond plaats. De oplevering en ingebruikname vonden plaats in 1971. Drie jaar later nam de EBV de installatie over, waarna deze nog tot begin 1994 dienst deed als pompschacht voor de nabij de grens gelegen mijnen Anna en Emil Mayrisch, zodat ook deze Duitse mijnen droge voeten hielden. Zeven miljard liter per jaar pompte men weg.

Ruim twintig jaar deed de installatie zacht brommend haar werk. Het toezicht geschiedde op afstand met camera’s. Af en toe kwamen de mannen van het Staatstoezicht op de Mijnen ter plaatse om inspecties uit te voeren of de lengte van de hijskabels aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Uiteindelijk werd de schacht in maart 1994 definitief gedempt, waarmee een einde kwam aan het ‘tweede leven’ van schacht Beerenbosch II. Een betonnen plaat met daarop een klein ontluchtingspijpje markeert de plek waar deze schacht ooit heeft gestaan.

Na de sluiting van Beerenbosch II ging de EBV nog enige tijd door met wegpompen via de Von-Goerschen schacht van de Grube Gouley/Laurweg bij Würselen. Rond de eeuwwisseling stopte ook de kolenwinning in het Akense kolenbekken en werd het pompen gestaakt. Sindsdien stijgt het water langzaam maar zeker en dringt het de bovenste mijngangen binnen, ook in Zuid-Limburg.

Beerenbosch nu

Na de sluiting van de mijnen heeft de gemeente Kerkrade het complex Beerenbosch omgetoverd tot een groen wandel- en recreatiegebied. De werkzaamheden daarvoor begonnen in 1977 toen 20 meter van de top van de steenberg werd afgehaald. Wat overbleef was een soort verhoogd plateau (hoogste punt 162 meter) dat zich uitstrekt over oppervlakte van 12 hectare en begroeid is met bomen en lage struiken.

Tegenwoordig herinnert weinig meer aan het industrieel verleden van dit prachtige stukje natuur. Maar wie goed oplet komt ongetwijfeld hier en daar nog sporen tegen van het roemruchte Pompbedrijf Domaniale.

Een betonnen plaat markeert de plek waar pompinstallatie Beerenbosch II stond (foto © P. Geilenkirchen, 2010)

Put van het ondergrondse waterafvoerkanaal naar de rivier de Worm (foto © John Breuer, 2010)


Bekijk meer foto’s van Beerenbosch vroeger en van Beerenbosch nu.

Geraadpleegde bronnen:

- Regionaal Historisch Centrum voor Limburg (RHCL) - Plaatsingslijst 17.04.

- Geologie en Mijnbouw, mijnsluitingsnummer maart/april 1971.

- Staatstoezicht op de Mijnen 175 jaar. Stein, 1985.

top
 top