Zondag 1 augustus 2010
Schacht Nulland, honderd jaar oudDe gele toren van KerkradeAan de Domaniale Mijnstraat in Kerkrade staat ter hoogte van de Kipstraat een hoog, markant gebouw met lichtgeel bepleisterde muren. Het is de toren van schacht Nulland, één van de weinige tastbare herinneringen aan de mijnbouw in het Land van Rode. Deze 349 meter diepe luchtschacht werd honderd jaar geleden aangelegd door de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij, de toenmalige exploitant van de Domaniale Mijn. Het was de vierde schacht in het concessiegebied naast de Willemschacht, de Neulanderschacht en de luchtschacht op Beerenbosch. ![]() Klik hier voor een overzicht van alle Domaniale schachten. Schacht Nulland anno 2004 (foto © P. Geilenkirchen) Van Oud-Nulland naar Nieuw-NullandSchacht Nulland wordt vaak ten onrechte de "oude schacht" genoemd, maar voor de Domaniale Mijn was het indertijd een nieuwe schacht. De echte oude schacht was de Neulanderschacht. Deze nogal bouwvallige ladder- en luchtschacht uit 1829 lag tussen de velden bij het gehucht Klein-Neuland op de kruising van de Veldkoelweg en de Mijnweg, vlakbij het zogenaamde Fuchshuisje. In de 19e eeuw was deze ‘Bure de Nulland’ een van de belangrijkste productieschachten van de domaniale mijnen. Na een waterdoorbraak en diverse instortingen werd de oude schacht in december 1919 op een diepte van 85 meter met een zware betonkap afgesloten en gevuld. Alleen de naam van de Oude Schachtstraat in Bleijerheide herinnert nog aan de voorloper van schacht Nulland.
Situatieschets van de oude en de nieuwe Nullandschacht (1908) Een nieuwe schacht in het WestveldNadat de directie had besloten om in het Westveld een nieuwe luchtschacht aan te leggen moest natuurlijk eerst een geschikte locatie worden gezocht. Die werd gevonden aan de Kipstraat in Nieuw-Nulland, vlak naast de mijnspoorweg naar Simpelveld. Daar kocht de maatschappij in 1907 van schrijnwerker Paul Joseph Chermin voor de somma van 5000 gulden een stuk akkerland aan ter grootte van 80,7 are. Kort daarna kon het afdiepen beginnen waarbij gebruik werd gemaakt van de zinkschachtmethode. Het kostte de schachtbouwers veel moeite om door de 40 meter dikke deklaag heen te komen, maar toen die eenmaal was doorboord verliep de rest van de werkzaamheden vlot. Binnen een jaar werd de 60 meter verdieping bereikt en in 1909 zat men al op 150 meter. In 1913 werd vanuit de 200 meter verdieping opgebroken naar de 150 meter verdieping, en daarna vanaf de 200 meter verdieping verder afgediept tot de 260 meter verdieping die in 1921 werd bereikt.
Schacht Nulland bestond in 1916 nog slechts uit een korte schoorsteen en een paar gebouwtjes In eerste instantie deed Nulland alleen dienst als intrekkende luchtschacht voor de kolenvelden Merl, Steinknipp en Groß- en Klein-Mühlenbach. Omdat de schachtbuis voldoende natuurlijke trek bezat voor de ventilatie van het hele Westveld, was het bovengrondse deel niet meer dan een ca. 25 meter hoge schoorsteen met parterreverdieping, opgetrokken uit bepleisterde veldbrandsteen die ter plaatse werd gebakken. Vanwege de strengere eisen voor luchtverversing werd de schoorsteen in 1914 uitgerust met een grote Pelzer ventilator aangedreven door een stoommachine van K & Th Möller in Brackwede, enkele jaren later gevolgd door een tweede. In 1917 werd er tevens een stoomketelhuis met vier ketels ingericht.
In april 1921 werd op schacht Nulland een dubbele stoomophaalmachine in gebruik genomen. Fabrikaat F.A. Münzner, Obergruna, bouwjaar ca. 1917, 225 pk. In 1919 besloot de Domaniale Mijn schacht Nulland te gaan gebruiken voor het vervoer van materialen en personeel dat in het Westveld werkzaam was. De schacht kreeg een ophaalmachine en op het terrein werden een badlokaal, lampisterie en een opzichterslokaal aangelegd. Vanaf dat moment nam de nieuwe schacht de taken van de oude Neulanderschacht helemaal over. Personenvervoer had daadwerkelijk plaats van november 1921 tot juni 1927. Over zinvolle en niet zo zinvolle aanpassingenIn 1921 kwamen de oorspronkelijke plannen om van de schacht een echte productieschacht te maken tot uitvoering. De toren werd verhoogd en voorzien van schoorbogen om de trekkrachten van de ophaalmachine op te vangen. Er kwam ook een losvloer met laadinrichting, kortom het werd een echte schachtbok. Het ontwerp van het karakteristieke gebouw was van de hand van technisch directeur Wilhelm Husmann.
Krantenartikel uit november 1921 Toen het gebouw eenmaal klaar was, waren de plannen al weer veranderd. De nieuwe directie had besloten om op het terrein aan de Nieuwstraat een geheel nieuwe productieschacht uit te diepen (Willem II), in combinatie met een wasserij/zeverij en een briketfabriek. Deze grootscheepse vernieuwing maakte deel uit van het plan om de jaarlijkse productie van de Domaniale Mijn op te voeren tot 750.000 ton.
Schacht Nulland in 1924 met op de voorgrond de slikvijvers Uiteindelijk werd schacht Nulland dus geen productieschacht, maar ze bleef wel dienst doen voor personen- en materiaalvervoer en de uittrekking van lucht. Vanaf de grote luchtomzettingsoperatie in 1951 diende Nulland uitsluitend nog voor de aanvoer van verse lucht en was Beerenbosch II de enige uittrekkende schacht in het ondergrondse ventilatiesysteem van de Domaniale Mijn. Het ketelhuis op Nulland was al in 1949 gesloopt. Om de nieuw aangekochte concessie Prick te kunnen beluchten werd de schacht tenslotte in 1966 verder afgediept tot 347 meter, waar men een steenhelling ontmoette. Het werk, dat door de grote watertoevloed veel vertraging opliep, werd uitgevoerd door de Westdeutsche Tiefbohrgesellschaft m.b.H. in Essen voor een bedrag van fl 300.000,-. Achteraf beschouwd was het niet zo’n zinvolle investering, want drie jaar later sloot de Domaniale Mijn voorgoed haar poorten.
Schacht Nulland gefotografeerd vanaf de overweg Kipstraat. Rechts loopt de kolenbaan. (foto © J.G.C. van de Meene, 1959) Malakow?Enige tijd heeft de misvatting bestaan dat schacht Nulland een zogenaamde Malakow zou zijn. Deze bouwstijl komt vooral in het Duitse Ruhrgebied veel voor. Het zijn massieve, bakstenen gebouwen, die door hun eigen massa in staat zijn de zijdelingse krachten van de ophaalmachine op te vangen. Zij zijn voorzien van kantelen en lijken daarom qua stijl op Fort Malakow op de Krim (Oekraïne). Maar schacht Nulland was oorspronkelijk een eenvoudige ronde luchtschacht, die later volgens de wetten van de sterkteleer is verstevigd met schoorbogen en steunberen. Kortom, de schacht lijkt weliswaar op een Malakow maar is het niet. Van ruïne tot mijnmonumentOm instorting te voorkomen werd de schachtbuis in 1970 vanaf de 63 meter verdieping tot aan het maaiveld gevuld met een zogenaamde kleefprop, een vulmassa van 630 m3 beton. Slopers maakten alle gebouwen met de grond gelijk, alleen de monumentale schachttoren en de wanden van de slikvijvers bleven behouden. In deze bassins liet men vroeger het kolengruis uit de kolenwasserij bezinken tot slik of ‘sjlaam’, een zwarte blubber die als goedkope brandstof werd gebruikt. De vijvers werden volgestort met het puin dat bij de sloop van de gebouwen van de Domaniale Mijn vrijkwam.
Mijnwagentjes en een mijnfiets bij schacht Nulland (1980) In 1974 kreeg schacht Nulland de status van mijnmonument. In de jaren daarna voerde de gemeente Kerkrade een ingrijpende restauratie uit, die ruim een half miljoen euro kostte. Het danig in verval geraakte gebouw kreeg een grote beurt, de enorme wielen van de ophaalmachine en de liftkooi kwamen terug in de toren en naast het gebouw werd de stoomhoofdventilator met ‘slakkenhuis’ van de Oranje Nassaumijn I in Heerlen geplaatst. Om nog wat meer mijnsfeer te creëren kwam in en rond de schacht divers ondergronds materieel te staan, zoals een ‘Kröhnke Lorenknecht’ diesellocomotief, verschillende typen mijnwagentjes en een ‘Grubenflitzer’ mijnfiets. Oud mijnwerker Zef Clement ontwierp de sculptuur die bij de ingang staat. Het kunstwerk is gemaakt van ondergronds ondersteuningsijzer zoals stijlen en kappen en heet "Geknakte Bloem".
Krantenartikel uit het Limburgs Dagblad van 28 februari 1978. Na de restauratie beleefde Nulland een tweede periode van verval. Het gebouw stond leeg en door gebrekkig toezicht en een kapotte afrastering had de baldadige jeugd er vrij spel. Vooral tijdens de aanleg van de Structuurweg Gracht liepen de vernielingen de spuigaten uit. Er bleef geen ruit meer heel, terwijl veel opgestelde mijnattributen werden gestolen of beschadigd. Wethouder Cap Schröder overwoog zelfs even om het mijnmuseum van Rolduc naar de Nullandschacht te verplaatsen, om op die manier een zinvolle bestemming aan het gebouw te geven. In 1980 wees de staatssecretaris van CRM schacht Nulland officieel aan als rijksmonument waarmee de toekomst van dit voor de mijnindustrie zo typerende bouwwerk definitief zeker werd gesteld. Bijzondere bewonersSchacht Nulland heeft in de afgelopen decennia bijzondere bewoners gekend. Zo was er enkele jaren een consultatiebureau van het Kerkraadse Groene Kruis en een Patronaat gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog bood het complex onderdak aan ondergronds tewerkgestelde gedetineerden en van medio jaren vijftig tot 1971 was er een werkplaats van de Stichting Aangepaste Arbeid Kerkrade (STAAK) gevestigd. De plaatselijke gymnastiekvereniging ‘Eendracht’ en de HBS St. Antonius Doctor College gebruikten de oude kleedkamer jarenlang als nood-gymnastiekzaal. Scholieren uit de jaren zestig - waaronder ikzelf - herinneren zich ongetwijfeld de ‘oude zaal’ met haar ijzige koude in de winter, een ruwe houten vloer vol splinters en de rijen pilaren die bij het volleyballen altijd in weg stonden.
De Domaniale Mijnstraat in Kerkrade (foto © Paul Geilenkirchen, 2009) In 1985 richtte de gemeente Kerkrade de schachttoren in als woonhuis en atelier voor beeldend kunstenaar Rob Thalen, waarmee het gebouw een originele en tegelijk zinvolle bestemming kreeg. Destijds was Thalen op zoek naar een geschikte atelierruimte en tijdens een gesprek met het toenmalige hoofd gebouwen van de gemeente kwam de schacht ter sprake. Zijn enthousiasme voor het gebouw werd telkenmale de kop ingedrukt door de gemeente, omdat men dacht dat het gebouw zo slecht was dat het binnen afzienbare tijd zou instorten... Thalen woonde en werkte hier ruim twintig jaar, totdat zich voor hem een nieuwe uitdaging in de Belgische Ardennen aandiende. Na zijn vertrek naar Francorchamps begon een derde periode van verval. Hondenpoep en zwerfvuil domineerden het gebied, terwijl het buiten opgestelde mijnmaterieel werd overwoekerd door onkruid. Sinds het Continium Discovery Center (voormalig Industrion) de ruimte in gebruik heeft genomen voor wisselexposities en seminars is de situatie gelukkig weer iets verbeterd. Toch blijft het een kwetsbaar stukje industrieel erfgoed, daar aan de Domaniale Mijnstraat 30 in Kerkrade. Een eeuw oudIn 2007 was het honderd jaar geleden dat de eerste spade voor schacht Nulland de grond in ging. Het jubileum is ongemerkt voorbij gegaan, mede door de ‘concurrentie’ van het standbeeld van d’r Joep, dat in hetzelfde jaar zijn vijftigste verjaardag vierde. Het is te hopen dat de gemeente de De gele toren van Kerkrade met zorg koestert, tenslotte is er niet veel meer wat nog herinnert aan de mijnbouw in het Land van Rode. Misschien zal het ambitieuze Minestone project, dat het Continium via een toeristische / educatieve route met schacht Nulland moet gaan verbinden, over een paar jaar nieuw leven in het schachtcomplex blazen.
Interieur van de schachttoren ![]() Kijk voor meer foto’s in de series Oude foto’s van schacht Nulland en Schacht Nulland, mijnmonument. Geraadpleegde bronnen: - Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) - Plaatsingslijst 17.04. - Jaarverslagen Domaniale Mijn Maatschappij. - Verslag van de Ingenieur der Mijnen over het jaar 1908. - Diverse artikelen uit het Limburgs Dagblad van 1976, 1978 en 1979. - Domaniale Steenkolenmijnen - Geschichte der Domanialgrube. - N. Moonen - Enkele notities over de steenkolenmijnbouw. - Geologie en Mijnbouw - Mijnsluitingsnummer maart/april 1971. |
|
|||