Zondag 5 februari 2012
Schacht Nulland, honderd jaar oudDe gele toren van KerkradeAan de Domaniale Mijnstraat in Kerkrade staat ter hoogte van de Kipstraat een hoog, markant gebouw met lichtgeel bepleisterde muren. Het is de toren van mijnschacht Nulland, één van de weinige tastbare herinneringen aan de mijnbouw in het Land van Rode. Deze 349 meter diepe ventilatieschacht werd in 1907 aangelegd door de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij, de exploitant van de Domaniale Mijn. Het was op dat moment de vierde schacht in het concessiegebied van de kolenmijn, naast de Willemschacht, de Neulanderschacht en de luchtschacht op Beerenbosch. Schacht Nulland anno 2010 (foto © P. Geilenkirchen) ![]() Klik hier voor meer foto’s van schacht Nulland. Van Oud-Nulland naar Nieuw-NullandVaak noemt men schacht Nulland de "oude schacht" maar voor de Domaniale Mijn was het indertijd een nieuwe schacht. De echte oude schacht was de Neulanderschacht uit 1829. Deze nogal bouwvallige ladder- en luchtschacht lag tussen de velden bij het gehucht Klein-Neuland op de kruising van de Veldkoelweg en de Mijnweg, vlakbij het zogenaamde Fuchshuisje. In de 19e eeuw was de Neulanderschacht een van de belangrijkste productieschachten van de domaniale mijnen. Honderden mijnwerkers daalden hier dagelijks via lange ladders af in de ondergrondse werken. Na een waterdoorbraak en diverse instortingen werd de oude schacht in 1919 buiten gebruik gesteld en op een diepte van 85 meter met een zware betonkap afgesloten en gevuld. Tegenwoordig herinnert alleen nog de naam van de Oude Schachtstraat in Bleijerheide aan de voorganger van schacht Nulland (lees meer over de Neulanderschacht in de biografie van directeur Franz Büttgenbach.
Situatieschets van de oude en de nieuwe Nullandschacht (1908)
Originele plattegrond van schacht Nulland (augustus 1921) Een nieuwe schacht in het WestveldNadat de directie in 1907 had besloten om in het Westveld een nieuwe luchtschacht aan te leggen moest eerst een geschikte locatie worden gezocht. Die werd gevonden aan de Kipstraat in Nieuw-Nulland, vlak naast de mijnspoorweg naar Simpelveld. Daar kocht de maatschappij van schrijnwerker Paul Joseph Chermin voor de somma van 5000 gulden een stuk akkerland ter grootte van 80,7 are. Kort daarna kon het afdiepen beginnen waarbij gebruik werd gemaakt van de zinkschachtmethode. Het kostte de schachtbouwers veel moeite om de 40 meter dikke deklaag te doorboren, maar toen die eenmaal was doorboord verliep de rest van de werkzaamheden vlot. Binnen een jaar werd de 60 meter verdieping bereikt en in 1909 zat men al op 150 meter. In 1913 werd vanuit de 200 meter verdieping opgebroken naar de 150 meter verdieping, en daarna vanaf de 200 meter verdieping verder afgediept tot de 260 meter verdieping die in 1921 werd bereikt.
Schacht Nulland bestond in 1916 nog slechts uit een korte schoorsteen en een paar gebouwtjes In eerste instantie deed Nulland alleen dienst als intrekkende luchtschacht voor de kolenvelden Merl, Steinknipp en Groß- en Klein-Mühlenbach. Omdat de schachtbuis voldoende natuurlijke trek bezat voor de ventilatie van het hele Westveld, was het bovengrondse deel niet meer dan een ca. 25 meter hoge schoorsteen met parterreverdieping, opgetrokken uit bepleisterde veldbrandsteen die ter plaatse werd gebakken. Vanwege de strengere eisen voor luchtverversing werd de schoorsteen in 1914 uitgerust met een grote Pelzer ventilator aangedreven door een stoommachine van K & Th Möller in Brackwede, enkele jaren later gevolgd door een tweede. In 1917 werd er een stoomketelhuis met vier ketels ingericht.
In april 1921 werd op schacht Nulland een dubbele stoomophaalmachine in gebruik genomen. Fabrikaat F.A. Münzner, Obergruna, bouwjaar ca. 1917, 225 pk. In 1919 besloot de Domaniale Mijn om schacht Nulland te gaan gebruiken voor het vervoer van materialen en personeel. De schacht kreeg een ophaalmachine en op het terrein werden een badlokaal, lampisterie en een opzichterslokaal aangelegd. Vanaf dat moment nam de nieuwe schacht de taken van de oude Neulanderschacht helemaal over. Over zinvolle en niet zo zinvolle aanpassingenIn 1921 kwamen de oorspronkelijke plannen om van de schacht een echte productieschacht te maken tot uitvoering. De toren werd verhoogd en voorzien van schoorbogen om de trekkrachten van de ophaalmachine op te vangen. Er kwam ook een losvloer met laadinrichting, kortom het werd een echte schachtbok. Het ontwerp van het karakteristieke gebouw was van de hand van directeur Wilhelm Husmann. Vervoer van mijnwerkers had daadwerkelijk plaats van november 1921 tot juni 1927.
Krantenartikel uit november 1921 Toen het gebouw eenmaal klaar was, waren de plannen al weer gewijzigd. De nieuwe directie had besloten om aan de Kerkraadse Nieuwstraat een nieuwe productieschacht aan te leggen, samen met een wasserij/zeverij en een briketfabriek (Willem II). Deze vernieuwing maakte deel uit van het plan om de productie van de Domaniale Mijn op te voeren tot 750.000 ton per jaar.
Schacht Nulland in 1924 met op de voorgrond de slikvijvers Uiteindelijk werd schacht Nulland dus geen productieschacht, maar bleef ze wel dienst doen voor materiaalvervoer en de uittrekking van lucht. Vanaf de grote luchtomzettingsoperatie in 1951 diende Nulland uitsluitend nog voor de aanvoer van verse lucht en was Beerenbosch II de enige uittrekkende schacht in het ondergrondse ventilatiesysteem van de Domaniale Mijn. Het ketelhuis op Nulland, dat door de luchtomzetting overbodig was geworden, was al in 1949 gesloopt. Om de nieuw aangekochte concessie Prick te kunnen beluchten werd de schacht in 1966 verder afgediept tot 347 meter, waar men een steenhelling ontmoette. Het werk, dat door de grote watertoevloed veel tegenslagen ondervond, werd uitgevoerd door de Westdeutsche Tiefbohrgesellschaft m.b.H. in Essen voor een bedrag van fl 300.000,-. Achteraf beschouwd was het niet zo’n zinvolle investering, want drie jaar later sloot de Domaniale Mijn voorgoed haar poorten.
Schacht Nulland gefotografeerd vanaf de overweg Kipstraat. Rechts loopt de kolenbaan. (foto © J.G.C. van de Meene, 1959) Malakow?Enige tijd heeft de misvatting bestaan dat schacht Nulland een zogenaamde Malakow zou zijn. Deze bouwstijl komt vooral in het Duitse Ruhrgebied veel voor. Het zijn massieve, bakstenen gebouwen, die door hun eigen massa in staat zijn de zijdelingse krachten van de ophaalmachine op te vangen. Zij zijn voorzien van kantelen en lijken daarom qua stijl op Fort Malakow op de Krim (Oekraïne). Maar schacht Nulland was oorspronkelijk een eenvoudige ronde luchtschacht, die later volgens de wetten van de sterkteleer is verstevigd met schoorbogen en steunberen. Kortom, de schacht lijkt weliswaar op een Malakow maar is het niet. Van ruïne tot mijnmonumentOm instorting te voorkomen werd de schachtbuis in 1970 vanaf de 63 meter verdieping tot aan het maaiveld gevuld met een zogenaamde kleefprop, een vulmassa van 630 m3 beton. Net als de andere mijngebouwen stond schacht Nulland op de nominatie om te worden afgebroken. Begin 1971 stuurde het gemeentebestuur een brief naar de mijndirectie met het verzoek om de monumentale schachttoren van de sloop te sparen. De bedoeling was om er een mijnmonument van te maken. Het verzoek stelde het mijnbestuur voor een dilemma: het eenvoudige sloopwerk was al begonnen en de sloop van de schacht zelf stond een maand later gepland. Na spoedberaad met sloper Couwenbergh en akkoord van het Mijnwezen kwam men overeen dat de mijnmaatschappij de schacht en de bijbehorende gronden voor fl. 15.000 zou verkopen aan de gemeente Kerkrade. Het was op het nippertje, een maand later zou de toren zijn veranderd in een hoop puin. Ook de wanden van de slikvijvers bleven behouden. In deze bassins liet men vroeger het kolengruis uit de kolenwasserij bezinken tot slik of ‘sjlaam’, een zwarte blubber die als goedkope brandstof werd gebruikt. De vijvers werden volgestort met het puin dat bij de sloop van het mijnterrein vrijkwam.
Mijnwagentjes en een mijnfiets bij schacht Nulland (1980) In 1974 kreeg schacht Nulland de status van mijnmonument. In de jaren daarna voerde de gemeente Kerkrade een ingrijpende restauratie uit, die ruim een half miljoen euro kostte. Architectenbureau Peutz was verantwoordelijk voor de uitvoering. Het danig in verval geraakte gebouw kreeg een grote beurt, de enorme wielen van de ophaalmachine en de liftkooi kwamen terug in de toren en naast het gebouw werd de stoomhoofdventilator met ‘slakkenhuis’ van de Oranje Nassaumijn I in Heerlen geplaatst. Om nog wat meer mijnsfeer te creëren kwam in en rond de schacht divers ondergronds materieel te staan, zoals een ‘Kröhnke Lorenknecht’ diesellocomotief, verschillende typen mijnwagentjes en een ‘Grubenflitzer’ mijnfiets. Oud mijnwerker Zef Clement ontwierp de sculptuur die bij de ingang staat. Het kunstwerk is gemaakt van ondergronds ondersteuningsijzer zoals stijlen en kappen en heet "Geknakte Bloem". Het werd in 1978 door de Domaniale Mijn aangeboden aan de gemeente Kerkrade.
Krantenartikel uit het Limburgs Dagblad van 28 februari 1978. Na de restauratie beleefde Nulland een tweede periode van verval. Het gebouw stond leeg en door gebrekkig toezicht en een kapotte afrastering had de baldadige jeugd er vrij spel. Vooral tijdens de aanleg van de Structuurweg Gracht liepen de vernielingen de spuigaten uit. Er bleef geen ruit meer heel, terwijl veel opgestelde mijnattributen werden gestolen of beschadigd. Wethouder Cap Schröder overwoog zelfs even om het mijnmuseum van Rolduc naar de Nullandschacht te verplaatsen om op die manier een zinvolle bestemming aan het gebouw te geven. In 1980 wees de staatssecretaris van CRM schacht Nulland officieel aan als rijksmonument waarmee de toekomst van dit voor de mijnindustrie zo typerende bouwwerk definitief zeker werd gesteld. Bijzondere bewonersSchacht Nulland heeft in de afgelopen decennia heel wat bijzondere bewoners gekend. Zo was er enkele jaren een consultatiebureau van het Groene Kruis en een Patronaat gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog bood het complex onderdak aan ondergronds tewerkgestelde gedetineerden en van 1955 tot 1971 was er een werkplaats van de Stichting Aangepaste Arbeid Kerkrade (STAAK) gevestigd. De plaatselijke gymnastiekvereniging ‘Eendracht’ en de HBS St. Antonius Doctor gebruikten de oude kleedkamer jarenlang als nood-gymnastiekzaal. Scholieren uit de jaren zestig - waaronder ikzelf - herinneren zich ongetwijfeld de ‘oude zaal’ met haar ijzige koude in de winter, de ruwe houten vloer vol splinters en de rijen pilaren die bij het volleyballen altijd in weg stonden.
Interieur van het ophaalmachinehuis (foto © Paul Geilenkirchen, 2010). In 1985 richtte de gemeente Kerkrade de schachttoren in als woonhuis en atelier voor beeldend kunstenaar Rob Thalen, waarmee het gebouw een originele en tegelijk zinvolle bestemming kreeg. Destijds was Thalen op zoek naar een geschikte atelierruimte en tijdens een gesprek met het toenmalige hoofd gebouwen van de gemeente kwam de schacht ter sprake. Zijn enthousiasme voor het gebouw werd telkenmale de kop ingedrukt door de gemeente, omdat men dacht dat het gebouw zo slecht was dat het binnen afzienbare tijd zou instorten... Thalen woonde en werkte hier ruim twintig jaar, totdat zich voor hem een nieuwe uitdaging in de Belgische Ardennen aandiende. Na zijn vertrek naar Francorchamps, waar hij met zijn zoon een zilversmid atelier opende, begon een derde periode van verval. Hondenpoep en zwerfvuil domineerden het gebied, terwijl het buiten opgestelde mijnmaterieel werd overwoekerd door onkruid. Toen het Industrion in 2006 de ruimte in gebruik nam voor wisselexposities werd de situatie gelukkig weer wat beter maar vanwege problemen met vocht en de brandveiligheid moest men het gebouw weer snel verlaten. Sinsdien ligt de schacht er een beetje troosteloos bij. Alleen de groep oud-mijnwerkers "Koempels van de Domaniale" uit Kerkrade krijgt af en toe de sleutel om gasten te begeleiden of een rondleiding te geven.
Vlnr Hub Schulteis (oud-koempel), Paul Geilenkirchen (webmaster) en Jo Wiertz (oud-koempel). Een kwetsbaar stukje erfgoedHet laatste nieuws is dat de gemeente - na een opknapbeurt van het omliggende groengebied - de exploitatie van de schacht wil overdragen aan het Continium. Dat heeft grootse plannen met het gebouw. Misschien is onze oudste mijnstad over een paar jaar wel een attractie rijker en is schacht Nulland de eerste plek in Nederland waar toeristen een bezoek ondergronds kunnen brengen. Het Continium wil de bezoeker een soort ruimtereis laten maken die het carboon (steenkool) met haar levensbron (het zonnestelsel) moet verbinden. Tot het zover is blijft het een kwetsbaar stukje industrieel erfgoed, daar aan de Domaniale Mijnstraat 30 in Kerkrade. De tijd dringt, want de kwaliteit van het gebouw holt achteruit. De schimmel staat op de muren en gaten in de gevel zijn verhuld met stukken piepschuim. Voor het meeste rollend mijnmaterieel is het al te laat. Het is in bruikleen gegeven, doorgeroest of gestolen. Dat geldt ook voor het historische wapenschild, dat eens de ingang van het kantoor van de mijnpolitie sierde. Twee afgezaagde bouten in de muur, dat is alles wat aan dit gietijzeren pronkstuk herinnert.
Via dit geheimzinnige luik dalen straks misschien bezoekers af in de drie meter diepe mijngang (foto © Paul Geilenkirchen, 2010) ![]() Kijk voor meer foto’s in de series Oude foto’s van schacht Nulland en Schacht Nulland, mijnmonument. Geraadpleegde bronnen: - Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) - Plaatsingslijst 17.04. - Jaarverslagen Domaniale Mijn Maatschappij. - Verslag van de Ingenieur der Mijnen over het jaar 1908. - Diverse artikelen uit het Limburgs Dagblad van 1976, 1978 en 1979. - Domaniale Steenkolenmijnen - Geschichte der Domanialgrube. - N. Moonen - Enkele notities over de steenkolenmijnbouw. - Geologie en Mijnbouw - Mijnsluitingsnummer maart/april 1971. |
|
|||