Zondag 5 februari 2012

De Bergkapel van de Domaniale Mijn

door Paul Geilenkirchen

Einde 1891 kwam de directeur van de Domaniale Mijn, Jhr. Maria Wilhelm August Otto von Pelser Berensberg, terug in Kerkrade van zijn huwelijksreis met Martha Mitscherlich. Het mijnpersoneel haalde hem bij de grenspost Herzogenrath / Strass feestelijk in met een fakkeloptocht en een groots vuurwerk. Alleen de fanfaremuziek ontbrak! De plaatselijke muziekkorpsen lagen weer eens met elkaar overhoop en niemand wilde de feestelijkheden muzikaal opluisteren.

Muzikale nootjes 4 in Kerkrade

Het verhaal wil dat de jonge directeur het gezeur van de verenigingen zat was en daarom besloot een eigen muziekkorps op te richten naar het voorbeeld van de Bergmannskapellen in Duitsland. Op 6 januari 1892, de dag waarop de mijnwerkers het jaarlijkse Bergmannsfest plachten te vieren, zag de Nederlandsche Mijnwerkers Muziekvereeniging "Bergcapelle" het levenslicht.

De Bergkapel kort na de oprichting (1898)

Bij de oprichting bestond de kapel uit zestien leden: Adam Janssen, piston; Willem Ploum, trompet; J. Schrijbers, baryton; A. Wetzeler, trombone; Hendrik Schiffelers, klarinet; Jos. Gerards, klarinet; Frans Küppers, klarinet; Willem Geilenkirchen, klarinet; Antoon Thomas, alto; C. Souren, alto; Leon. Debetz, alto; Joh. Janssen, bas tuba; Joh. Sommers, tuba; Joh. Velraeds, klarinet; J. Wetzeler, tambour petit en Gerard Schetgens, tambour grand. Allemaal namen uit bekende, oude Kerkraadse mijnwerkersfamilies.

Als eerste voorzitter werd Obersteiger Peter Joseph Schaffrath (later wethouder van Kerkrade) benoemd, terwijl als dirigent werd aangezocht de hoboïst en plaatsvervangend dirigent van het Akense militair muziekkorps, Arnold Keller.

Op 31 augustus 1898 was al het mijnpersoneel verzameld op de binnenplaats om feest te vieren

Op 31 augustus 1898, de dag waarop prinses Wilhelmina achttien jaar werd en tot koningin werd gekroond, gaf de Bergcapelle haar eerste grote concert. Om vier uur ’s middags waren de zeshonderd mijnwerkers van de Domaniale Mijn verzameld op de prachtig versierde binnenplaats van de mijn, allemaal in hun beste pak met een oranje strik. Na afloop kregen zij gratis bier verstrekt. Mijndirecteur Von Pelser-Berensberg hield een feestrede en plantte een kroningslinde. In de avond trokken de mijnwerkers samen met de muzikanten naar de kom van het dorp om deel te nemen aan een grote fakkeloptocht.

‘Bergfrack mit Schachthut’

De Bergmanskapel - zoals het korps in de volksmond heette - was de trots van de Domaniale Mijn. Opvallend was de traditionele zwarte Bergfrack mit Schachthut, ontworpen naar het voorbeeld van het eeuwenoude mijnwerkersuniform in het Duitse Saksen. In de 75 jaar van haar bestaan is er maar één wijziging geweest in de klederdracht: in eerste instantie droegen de musici kwasten op de sjako's en had de leiding sierlijke pluimen. Rond 1900 verdween dit verschil en kreeg iedereen dezelfde pet versierd met hoge pluimen en op de voorzijde het mijnwerkerssymbool Schlägel und Eisen.

Het korps bestond uit mijnwerkers en mijnbeambten van allerlei rang en stand. Aan vrijwilligers was meestal geen gebrek. Niet alleen omdat er in Kerkrade zoveel muzikaal talent zat, maar ook omdat mijnwerkers geen nachtdiensten hoefden te draaien als ze bij de Bergkapel speelden.

In eerste instantie behoorde het korps tot de Domaniale Mijn. Na de bevrijding in 1944 veranderde de structuur van de vereniging. Ze bleef weliswaar nauw verbonden met het mijnbedrijf maar werd verder helemaal zelfstandig en kreeg ook een eigen bestuur. De nieuwe naam luidde Muziekkorps der Domaniale Mijn-Mij N.V. Bergkapel te Kerkrade.

Vijf dirigenten

In oktober 1902 droeg Keller het dirigeerstokje over aan onderwijzer en muziekdirecteur van de Kerkraadse muziekschool Pierre H. Smeets, die op zijn beurt in 1945 na 42 jaar (!) trouwe dienst werd opgevolgd door Guus Gerards. Tussen 1954 en 1960 was de bekende dirigent en componist Léon Biessen (1897-1983) uit Heerlen directeur van de Bergkapel.

Tot de opheffing in 1968 was de muzikale leiding in handen van Christiaan Jos. Boon (1922-2005), een oud-mijnwerker die van zijn muzikale hobby zijn beroep wist te maken. Vijf dirigenten die op voortreffelijke en bezielende wijze leiding gaven aan het vermaarde korps.

Staatsiefoto op de trappen van Rolduc (1962)

Meelopen in de ’brónk‘

De Bergkapel heeft in haar vijfenzeventigjarig bestaan de muzikale reputatie van Klankstad Kerkrade altijd hoog gehouden. Talloze malen trad zij op in binnen- en buitenland en wist daar de nodige prijzen in de wacht te slepen. Absolute hoogtepunten waren de defilés voor de jubilerende vorstin Wilhelmina voor het Koninklijk Paleis in Amsterdam in resp. 1923 en 1938.

Maar de voornaamste taak van het korps lag toch in de Oostelijke Mijnstreek zelf. Dat was het begeleiden van verongelukte kameraden naar hun laatste rustplaats, een serenade brengen aan een jubilaris of meelopen in de Brónk, de jaarlijkse processie. Bij die gelegenheden was de kapel met haar karakteristieke hoge stemming van de instrumenten op haar best.

Serenade voor hoofdopzichter Jos. Nievelstein, Koninginnedag 1962
Fragmenten uit een 8mm amateurfilm van Cor Hoekstra

Het vaandel

In 1949 schonken de bewoners van de Holz een vaandel aan het korps, als dank voor de vele optredens bij feestelijkheden binnen de parochie. Om de kosten te dekken werden op de Holz diverse huis-aan-huis collecten gehouden. De aanbieding vond plaats op zondag 21 augustus 1949 tijdens een groot vaandelinwijdingsfeest waaraan door verschillende muziek- en zangverenigingen uit Kerkrade en omgeving werd deelgenomen. De heer L. Rinkens, voorzitter van het comité dat de benodigde fondsen had ingezameld, overhandigde het vaandel aan voorzitter Hub Nievelstein van de Bergkapel.

De goudgele vlag werd ontworpen door mijnmeter Cor Hoekstra en gestikt en geborduurd door de Zusters van het Arme kindje Jezus in Simpelveld. Het was een wapenvaandel met in het midden St. Catharina van Alexandrië, de patrones van de mijnwerkers van de Domaniale Mijn. Naast haar knielt een mijnwerker, gekleed in werkpak. In de bovenhoek staat het wapen van de kapel met de mijnkroon en in de benedenhoek staat het wapen van Kerkrade.

De liquidatie

Begin jaren zestig beleefde de Bergkapel onder leiding van voorzitter E.J. van de Laarschot haar grootste bloeitijd. Het aantal actieve leden bedroeg bijna zestig, de financiën waren gezond en de wekelijkse repetities in restaurant Turk aan de Markt in Kerkrade werden trouw bezocht. Op 19 oktober 1965 viel het corps de eer te beurt om de officiële opening van de nieuwe elektrische centrale van de Julia in Eygelshoven op te luisteren. De opening vond plaats door minister Joop den Uyl, dezelfde minister die twee maanden later in Heerlen de sluiting van de Limburgse mijnen zou aankondigen!

Met de sluiting van de Domaniale Mijn kwam ook een eind aan het bestaan van de Bergkapel. De vereniging werd in 1968 geliquideerd, de leden werden bedankt en de uniformen en andere spullen werden vernietigd. Althans, dat dacht iedereen lange tijd! Maar in werkelijkheid liep het anders .... In 1969 zou al het materiaal van de Domaniale Mijn opgeruimd worden. Karl Klein, die destijds bij het slopersbedrijf Couwenbergh in Geleen werkte, zag bij de opruimingswerkzaamheden een grote kast met materiaal van de Bergkapel staan. Hij gooide de kast niet bij het houtafval zoals de bedoeling was, maar zorgde ervoor dat vaandel, uniformen, sjerp etc opgeborgen werden in zijn eigen kleerkast in zijn huis in Nulland. Toen de makers van "Zessig joar sjtoots óppen Hoots" in 1988 op zoek waren naar attributen voor hun revue werden de waardevolle spullen daar uiteindelijk teruggevonden.

Limburgs Dagblad, 12 september 1988

De muzikale erfenis

Net als het vaandel is ook de muzikale erfenis van het korps gelukkig niet verloren gegaan. Bij de Mooi Limburgs webshop van dagblad De Limburger is een dubbel-CD te koop met de titel De Muziek van de Mijnen.

Op de CD's staan o.a. historische opnames van de Bergkapel: het bekende Bergmann, Glück Auf (opname 1950), hetzelfde nummer maar dan samen met het Harmonie-Orkest der Oranje-Nassaumijnen en het Harmonie-Orkest der Staatsmijnen tijdens het WMC in 1966, en het stuk Zemire en Azore (opname 1963).

Echt iets voor de liefhebber van harmoniemuziek!!


Bekijk meer foto’s van de Bergkapel

Geraadpleegde bronnen:

- Tijdschrift Steenkool, augustus 1946.

- Limburgs Dagblad.

- Eigen archief

top
 top