Vrijdag 18 mei 2012

Dr. Ben Veraart, mijnarts en man van de wetenschap

door Leon Jeurissen, oud-journalist Limburgs Dagblad

Met het benoemen van dr. Ben Veraart in 1923 deed de mijndirectie een gouden greep. In de drieëndertig jaar dat Veraart als mijnarts actief was, verrichtte hij baanbrekend werk bij het behandelen van kwetsuren en wonden. Zijn methode van wondbehandeling oogstte internationaal veel waardering. De bijnaam "jodiumdokter van Nederland" spreekt wat dat betreft voor zich.

Wondbehandeling met opzienbarende resultaten

Dr. Ben Veraart in de verbandkamer (foto © Ed Veraart).

Bernardus Antonius Gerardus Veraart wordt op 30 november 1887 in Amsterdam geboren als jongste uit het gezin van Sjef en Christine Veraart-Roholl. Na de lagere school volgt hij zijn middelbare schoolopleiding aan het Canisius College in Nijmegen (HBS-B) en gaat daarna medicijnen studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn artsenstudie maakt hij als Ab-actis I deel uit van de Katholieke Studentenvereniging St. Thomas Aquinas in Amsterdam. In 1910 maakt hij als toneelspeler van De Amsterdamse studenten-tonelisten een landelijke tournee met het toneelstuk ‘Van je vrienden moet je ’t hebben‘. Op 15 maart 1913 behaalt hij zijn artsendiploma.

Na zijn studie vervult hij zijn dienstplicht bij de Geneeskundige Troepen en wordt opgeleid tot Officier van Gezondheid tweede klasse. Na een jaar als algemeen assistent aan het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht te hebben gewerkt, gaat hij zich als arts van 1914 tot 1921 vestigen in Zevenbergschen Hoek in West-Brabant. Op 26 april 1917 trouwt hij in Den Haag met Alida van Toorenburg. Op 21 december 1919 overlijdt zijn vrouw helaas op 29-jarige leeftijd. Veraart geeft zijn praktijk op en gaat varen als scheepsarts. Hierbij maakt hij twee reizen naar het voormalige Oost-Indië. Tijdens een van die reizen opereert hij met succes op volle zee een passagier aan de blindedarm.

Vervolgens gaat hij zich bekwamen in de zogeheten kleine chirurgie, het behandelen van alle kwetsuren of klachten aan ledematen en huid. Hiervoor volgt hij een opleiding in het St. Anthonius Ziekenhuis in Utrecht en later in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag als chirurgisch assistent van dr. Kuyer. In het Westeinde Ziekenhuis leert hij Ann Kraetzer kennen en zij trouwen op 9 januari 1923 in Heemstede.

Mijnarts in Kerkrade (1923)

Na een poosje als vervanger/waarnemer bij een huisarts in Volendam te hebben gewerkt, valt zijn oog op een advertentie van de Domaniale Mijn in Kerkrade. De directie van de mijn zoekt een bedrijfsarts die slachtoffers van mijnongevallen moet gaan behandelen. Tot op dat moment fungeert het St. Jozef Ziekenhuis in Heerlen als centrale opvang voor alle slachtoffers van ongevallen die in de mijnen plaatsvinden. Op 16 april 1923 wordt dr. Veraart benoemd tot mijnarts van de Domaniale Mijn. Samen met zijn echtgenote, zij is inmiddels in verwachting, wordt nog in datzelfde jaar verhuisd naar Kerkrade. Zijn eerste daad als mijnarts is het inrichten van een ongevallenafdeling in het St. Jozef Ziekenhuis, de zogeheten zaal 6. Bovendien leidt hij zelf zijn verbandmeesters Frans Heijmans, Willy Heijltjes, Jo Consten en Frans Coumans op. Ook wordt een dependance van de verbandkamer geopend bij het mijncomplex Beerenbosch.

Op 2 november van dat jaar wordt hun eerste kind Marijke geboren. Aanvankelijk woont het gezin in een woning aan de Julianastraat 14. In 1927 krijgt Veraart een dienstwoning aan de Hoofdstraat 72 ter beschikking. De mijnarts wordt al snel bekend om zijn adequaat optreden bij ernstige verwondingen. Zijn behandelingen voorkomen vaak gevaarlijke infecties, amputaties en zelfs het overlijden van patiënten. Door zijn snelle behandeling met de juiste antiseptica, die niet alleen ontsmetten, voorkomt hij ernstige schade aan weefsels en ledematen bij de slachtoffers. Om teenletsels te voorkomen zorgt hij er voor dat de mijnwerkers stalen neuzen in hun werkschoenen krijgen.

Verbandmeester Heijltjes fungeert als proefkonijn (foto © Ed Veraart).

De jodiumdokter van Nederland

Veraart ontwikkelt zijn eigen methode voor ontsmetten, hechten en verbinden van wonden en past die vanaf het begin consequent toe. In die periode werken bij de Domaniale Mijn 2400 werknemers ondergronds en 900 bovengronds. Hij bestudeert naast het werk van andere onderzoekers ook de proefnemingen die Brunner met dieren heeft gedaan ten aanzien van het gebruik van antiseptische middelen. Verder is hij een grote bewonderaar van de Engelse chirurg Joseph Lister (1827-1912), bekend door de invoering van jodium bij wondbehandeling naar aanleiding van de onderzoekingen van Louis Pasteur, die als eerste met antiseptische wondbehandeling is begonnen.

De ontsmettingsmethode komt er op neer dat de omgeving van de wond eerst met alcohol wordt gereinigd. Daarna wordt waterstofperoxyde toegevoegd en in de wond gedruppeld, waarna het ontstane schuim met spiritus dilitus wordt weggewassen. Ten slotte wordt de wond behandeld met vijf procent jodiumtinctuur en wordt een vochtig boorwaterverband aangelegd. Zware verwondingen worden eerst met een speciaal sodabad behandeld. Al deze behandelingen en incidenten houdt Veraart nauwkeurig bij.

Zijn uitgangspunten en gedachtegang over de methode die hij hanteert en de resultaten daarvan, vat hij samen in een academisch proefschrift met als titel: ‘Over Antisepsis als eis voor Aseptisch Wondverloop’. Op maandag 6 juli 1925 promoveert Veraart met hoogleraar chirurgie Otto Lanz als promotor aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. De resultaten van zijn methode die hij op de mijn in praktijk brengt, zijn opzienbarend. Door deze methode is er snellere genezing, minder invaliditeit en korter ziekteverzuim. In zijn proefschrift staat een overzicht van de 6825 open verwondingen die hij van 1 mei 1923 tot 1 mei 1925 volgens zijn methode heeft ontsmet, gehecht en verbonden. Bij slechts één procent van de gevallen zijn (meest lichte) infecties opgetreden. Veraart is overtuigd van de effectiviteit van zijn methode, maar acht deze ook de enig juiste. Samen met huisarts Johan Drenth onderzoekt hij twee jaar lang het gehalte aan bacteriën bij deze 6825 wonden, voor en na de besmetting. Hij laat geen moment ongebruikt zijn omgeving kond te doen van zijn methode. Hij hecht veel belang aan het gebruik van jodium, waardoor hij ook de bijnaam "de jodiumdokter" krijgt.

Dr. Veraart (links) in het mijnwerkerspak

Zijn enthousiasme beperkt zich niet alleen tot de kringen rond de Domaniale Mijn. Hij bezoekt veel congressen en bijeenkomsten in binnen- en buitenland. In Boedapest, München, Amsterdam, Genève, Kopenhagen en Brussel vertelt hij de internationale medische wereld over zijn methode en bevindingen. Bij de Domaniale Mijn wordt in drie ploegendiensten gewerkt. Er is altijd één verbandmeester aanwezig. Bij een ernstig ongeval wordt Veraart ’s nachts uit zijn bed gebeld. Hij staat 24 uur per dag voor zijn mensen klaar. Ernstig gewonden met gecompliceerde breuken worden doorverwezen naar zaal 6 in het St. Jozef Ziekenhuis in Kerkrade. De mijnbeambten kunnen eveneens van de ‘huisartsenpraktijk’ van Veraart gebruik maken. Patiënten die door hun verwondingen thuis of in het ziekenhuis liggen, worden door Veraart regelmatig bezocht. Met zijn leren verbandtas doet hij zijn ronde, de eerste jaren nog per koets. In 1931 wordt de eerste auto aangeschaft, een Nash. Vanaf 1934 is Veraart ook deskundige in ongevallenzaken voor de Raad van Beroep van de Rijksverzekeringsbank (RVB) in de functie van districtsvertrouwensarts.

 

De jaren dertig worden voor de Domaniale Mijn, als gevolg van de financiële wereldcrisis, minder rooskleurig. De buitenlandse afzet stagneert en de prijzen dalen. Het werk van Veraart en zijn geneeskundige dienst gaat echter gewoon door. In 1939 nemen de oorlogsdreigingen vanuit het nazistische Duitsland toe. In augustus van dat jaar is het gezin Veraart op vakantie in Den Haan aan Zee aan de Belgische kust. Het uitstapje wordt verstoord door een brief van de mijndirectie met de mededeling dat de mijnarts vanwege de onzekere toestand onmiddellijk terug moet komen. Achteraf goed, want op 29 augustus wordt in Nederland de mobilisatie afgekondigd. Door de Tweede Wereldoorlog maakt Nederland een moeilijke tijd door. Zeker voor Kerkrade, dat aan de grens met Duitsland ligt.

D’r dokter van de koel

Op 1 juli 1955 treedt de arts dr. N.M. van der Hoff aan als zijn opvolger. Gelukkig heeft Veraart nog net de wederopbouw en de bloeitijd van de mijnindustrie kunnen meemaken. Tot zijn pensionering op 1 april 1956 is hij doorgegaan met de behandeling van zijn patiënten volgens zijn beproefde methode. Aansluitend is het gezin verhuisd naar een woning aan de Lambertistraat 8 in Kerkrade. Veraart, ‘d’r dokter van de koel’, is in Kerkrade een bekende en graag geziene persoon. Op bijeenkomsten en recepties bij jubilea laten veel mensen de arts vol trots hun vinger of arm zien, uit dankbaarheid dat deze zo mooi is genezen. In de Kerkraadse volksmond wordt dan ook niet voor niets gezegd dat aan de mooie zwachtel te zien is dat het slachtoffer op de Domaniale Mijn werkt. Hij kon uren aan een gewonde vinger werken, die anders zou moeten worden geamputeerd. Ook wordt hij bekend om zijn behandeling van open benen. Met onder andere het gebruik van zinkpoeder weet hij deze vervelende kwaal, die gepaard gaat met afschuwelijke wonden, te genezen. Vele patiënten weten in al die jaren de dokter wel te vinden. Kinderen die een gat in hun hoofd hebben of ze zijn in het prikkeldraad blijven hangen, de dokter staat altijd voor ze klaar.

Akela’s van de Charles de Foucauld groep. Tweede van links Luce Veraart (1946)

Snel ziet Veraart in dat silicose (stoflongen) een groot probleem wordt binnen de mijnindustrie. Hij werkt samen met longarts dr. Appelman om iets voor deze mensen te doen en hun leven zo dragelijk mogelijk te maken. Verder reist hij heel Zuid-Limburg af om het EHBO-examen af te nemen en de diploma’s zelf te ondertekenen. Veraart is een ochtendmens en hij zit het liefst al om zes uur ’s morgens beneden in zijn studeerkamer, tussen zijn geschriften, boeken en documenten waar hij steeds mee bezig is. Hij is onder meer lid van het Medisch Geschiedkundig Genootschap en actief lid van katholiek-intellectuele verenigingen zoals de Adelbertusvereniging en het Alberdingk Thijm Genootschap. Ook is hij jarenlang voorzitter van de verkennersgroep Charles de Foucauld Holz-Kerkrade en erg geïnteresseerd in politiek. Ondanks zijn drukke baan weet hij nog voldoende tijd vrij te maken voor zijn kinderen. Op zondag heeft hij om 10.00 uur altijd spreekuur, maar ’s middags heeft hij tijd om met de kinderen te gaan wandelen. Hij is een overtuigd katholiek, maar ook kritisch. Een vroom en devoot mens, maar dringt dat aan anderen niet op. Zijn levenswerk blijft echter de strijd tegen wondinfectie.

Dr. Veraart krijgt een serenade door de Bergkapel (foto © Ed Veraart, 1953).

Afscheid van de mijn

Na zijn afscheid van de mijn in 1956 trekt Veraart zich terug uit het openbare leven. Er volgt dan een grote teleurstelling. De mijndirectie wil zijn baanbrekend werk niet naar waarde schatten. Noch de enorme besparing die zijn medische zorgverlening in al die jaren voor de mijn heeft opgeleverd. Waar hij in de crisisjaren financieel al sterk heeft moeten inleveren, wordt daar bij zijn vertrek geen rekening mee gehouden. Met een schamel pensioen wordt hij bedankt voor zijn verdiensten. Dat heeft hem veel pijn en verdriet gedaan. Nog drie jaar werkt hij voor het Ministerie van Sociale Zaken als onderzoeker naar verpleegruimte in Nederland bij geval van rampen en oorlogen. Ook verzet hij zich tegen sluiting van Rolduc als nationaal onderwijsinstituut. De bestemming van Rolduc tot Klein Seminarie van het bisdom Roermond zou volgens hem tot verarming leiden. Het verzet heeft uiteindelijk succes.

Tot en met 1965 geniet het echtpaar Veraart met volle teugen van de oude dag. Begin 1966 neemt hun leven echter een onverwachte wending. Op een morgen hebben zij samen ontbeten. Daarna verlaat dokter Veraart in verwarde toestand zijn woning en komt na enige tijd bij zijn oud-collega dr. Johan Drenth aan. Deze ziet al snel wat er aan de hand is en zorgt er voor dat Veraart in het ziekenhuis wordt opgenomen. Voor de familie breken er zware tijden aan. Bezoekers herkent hij doorgaans niet. Een heel enkele keer, als hij zijn vrouw plotseling lijkt te herkennen, wijst hij naar zijn hoofd en zegt dat het volgens hem daar niet helemaal in orde is. Op 7 november 1966 is hij op 78-jarige leeftijd in het St. Jozef Ziekenhuis in Kerkrade, vele jaren zijn eigen werkterrein, overleden. Hij ligt begraven op de katholieke begraafplaats van de Heilige Catharinaparochie Holz-Kerkrade.

Epiloog

In de vele decennia, waarin dr. Veraart de mens mocht dienen en helpen, verwierf hij grote genegenheid bij iedereen die hem als arts, raadsman of collega ontmoette. Een rasechte Mokummer die zich uitstekend wist aan te passen aan de Kerkraadse mentaliteit. Hij was een gedreven medicus maar ook een kompel met de kompels, iemand waar Kerkrade met recht trots op mag zijn.

Lees drie verhalen over dokters, deskundigheid en menselijkheid, geschreven door oud-mijnwerker May Ferfers.

Dit artikel is gepubliceerd in ”Kerkrade onderweg“, deel 10. Deze serie boeken is te koop bij Boekhandel Deurenberg in Kerkrade. Publicatie op deze site vindt plaats met vriendelijke toestemming van de auteur.

top
 top