Zondag 5 februari 2012

Wandelen en fietsen langs sporen van de mijnbouw

door Paul Geilenkirchen

Stoffige industriecomplexen, koeltorens en schachten hebben plaatsgemaakt voor moderne woonwijken, smetteloze industrieterreinen en brede autostrada’s. Vrijwel niets herinnert meer aan het zwarte verleden van de mijnstreek. Alleen als je goed zoekt kom je hier en daar nog sporen van de mijnbouw tegen. Voor wie geïnteresseerd is in industrieel erfgoed en niet opziet tegen een stukje wandelen of fietsen volgen hier een paar tips.

Bezoek de kolenmijn van Valkenburg

Wil je eens aan den lijve ervaren hoe het mijnwerkersleven werkelijk was? Bezoek dan één van de mijnmusea in de Euregio. Bijvoorbeeld de bijna honderd jaar oude Steenkolenmijn Valkenburg, die is uitgehouwen in de Limburgse mergelgrotten. Hier zijn de mijngangen en pijlers zo natuurgetrouw nagebootst, dat zelfs oud-kompels zich in een echte steenkolenmijn wanen. Alle materialen en gereedschappen zijn authentiek. Dat geldt ook voor de gidsen, die bijna allemaal oud-mijnwerkers zijn. Met hun enthousiaste verhalen en onvervalste mijnwerkershumor zorgen zij voor een unieke Limburgse sfeer.

De ingang van de steenkolenmijn aan de Daelhemerweg in Valkenburg (foto © Paul Geilenkirchen, 2005).

Een ondergronds avontuur in de Blegny Mine

Ook in de Blegny Mine in België kun je onder begeleiding van een gids onder de grond. Deze vroegere kolenmijn ligt ten oosten van Luik, circa 30 autokilometers ten zuiden van Maastricht. De Luikse kolenmijnen waren de voorlopers van mijnbouw in Nederlands-Limburg en alleen al vanwege dit historische feit is een bezoek aan deze steenkolenmijn de moeite waard. Het interessante mijnmuseum is ondergebracht in de Puits-Marie, een oude mijnschacht daterend uit 1816. Deze schacht met een diepte van 234 meter heeft tot 1887 dienst gedaan als hoofdschacht en vervolgens tot 1983 als ventilatieschacht.

Na een introductiefilm daal je met de liftkooi af tot de 30-meter verdieping en daarna via een trap verder naar 60 meter diepte. In de halfduistere, vochtige mijngangen ervaar je aan den lijve onder welke omstandigheden de kompels hun zware arbeid moesten verrichten. Hier werd de TV-serie "Tien torens diep" opgenomen. Een echte aanrader!

Eens kijken hoeveel herrie de pneumatische afbouwhamer in de Blegny Mine maakt (foto © Paul Geilenkirchen, 2005).

Een lange Stollen in de Eiffel

In de Duitse Eiffel - iets voorbij Monschau - ligt het Besucherbergwerk Grube Wohlfahrt. Deze voormalige loodertsmijn stamt uit de middeleeuwen. De mijn bezit een 2,5 km lange mijngang (Stollen) met om de paar honderd meter een lichtgat (Lichtloch). Er is ook een klein museum en een historische wandelroute (Lehrpfad). De toegang tot de ondergrondse werken gaat via een paar trappen. De route voert dan door een 800 m lange, donkere mijngang, waarbij de gids onderweg allerlei wetenswaardigheden vertelt. Zo zien we bijvoorbeeld de oranjerode gloed van de ijzermineralen in de Astertgang en sporen van "graffiti", die de mijnwerkers lang geleden op de muren hebben achtergelaten. De temperatuur ondergronds bedraagt constant 8 graden Celcius. Een leuk uitstapje voor een zomerse zondagmiddag.

Honderd jaar oude "graffiti" in de gangen van de Grube Wohlfahrt (foto © Paul Geilenkirchen, 2010).

Tip: bekijk hier meer foto’s van mijnmusea in de Euregio.

Het Nederlands Mijnmuseum in Heerlen

Waar is het mijnmuseum in Kerkrade? Die vraag krijgen wij regelmatig op de site. Dit kleine museum was van 1974 tot 1994 gevestigd in een vleugel van de abdij Rolduc. Na de sluiting ging de collectie over naar het Industrion. Daar was maar een bescheiden deel van de expositie gewijd aan de mijnbouw; de meeste historische stukken verdwenen in de depots of werden verkocht. Het Industrion heet tegenwoordig Continium Discovery Center en heeft nog weinig met mijnbouw van doen.

Nederlands Mijnmuseum Heerlen (foto © Paul Geilenkirchen, 2005).

Wil je een authentiek mijnmuseum bezoeken, dan kun je beter naar het Nederlands Mijnmuseum in Heerlen gaan. Daar is het echte mijnwerkersgevoel nog volop aanwezig. Oud-mijnwerkers leiden je rond in de schacht en het ophaalmachinegebouw van de Oranje Nassaumijn I en vertellen hun verhalen van vroeger. Het museum ligt op het terrein van het CBS aan de CBS-weg in Heerlen en is op zondag gesloten.

Fietsroute ‘Mens en Mijn’ (Heerlen)

Deze fietstocht van ca 25 kilometer voert langs mijnspoor en mijnwerkersbuurten in Heerlen-Noord. De tocht begint bij de schacht van de Oranje-Nassaumijn I achter het NS station Heerlen, waar ook het Nederlands Mijnmuseum is gevestigd. Te bereiken via de ingang van het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de CBS weg. Een alternatief startpunt is de parkeerplaats van het natuurgebied Schrieversheide aan de Schaapskooiweg tussen Brunssum en Heerlen. In het restaurant bij het bezoekerscentrum kun je genieten van een heerlijk kopje koffie met Limburgse vlaai of een pannenkoek, met uitzicht over de Brunsummerheide.

Karakteristieke mijnwerkerswoningen in de Heerlense wijk Beersdal (foto © Paul Geilenkirchen, 2007).

De tocht voert onder meer langs oude mijnwerkerskolonieën, voormalige bruinkoolgroeven, historische gebouwen en een eeuwenoude landgraaf. De route gaat grotendeels over verharde wegen, alleen op de Brunsummerheide moeten we even door het zand ploeteren. In het Limburgse heuvelland is het af en toe stevig trappen, dus trek er rustig een dagje voor uit.

De routebeschrijving is gemaakt door het Géon in samenwerking met het stadsarchief Heerlen en is hier te downloaden in PDF-formaat (copyright: Rijckheyt Heerlen © 2007).

Tip: bekijk hier meer foto’s van industrieel erfgoed in de mijnstreek..

Carboonroute (Wormdal)

De Carboonroute (in het Duits: Karbonroute Wurmrevier) is een wandelroute die voert langs de oudste sporen van de mijnbouw in het dal van de rivier De Worm op de grens van Nederland en Duitsland. De routebeschrijving is verkrijgbaar bij het VVV infopunt in het Continium in Kerkrade.

De tocht begint bij het Continium vanwaar het per auto of fiets verder gaat naar de Duitse plaats Kohlscheid. Alternatief startpunt is de parkeerplaats bij de abdij Rolduc, bakermat van de mijnbouw in het Land van Rode. In Kohlscheid gaat de wandeling onder meer langs restanten van de mijn Neue Furth en zogenaamde Stollen, horizontale gangen in het dal van waaruit in vroeger tijden steenkool werd gedolven. Hier en daar zien we nog sporen van koollagen tussen het gesteente.

De Carboonroute of Karbonroute voert langs de Grube Furth (foto © Paul Geilenkirchen, 2010)

Het Wormdal is overigens ook prima begaanbaar per fiets. Er ligt een uitgebreid netwerk van goed gemarkeerde, grensoverschrijdende fietspaden. Men kan zelf de route bepalen via het zgn. knooppuntensysteem. Het boekje "Fietsen in het Wormdal, grenzenloos genieten" met een uitgebreide beschrijving en bijbehorende routekaart is eveneens verkrijgbaar bij het Continium.

Let op: de Carboonlandroute (ANWB fietsroute) is in 2009 opgeheven.

Koempelroute (Geleen)

Stoeptegel (klik op de afbeelding voor een vergroting)

Deze wandeling van ca 6 kilometer voert door de stad Geleen, ooit de bakermat van de Staatsmijn Maurits. Onderweg komen we langs straten en pleinen, beelden en monumenten die aan het mijnverleden van de westelijke mijnstreek herinneren. Zo zien we onder meer het hoofdgebouw van de Staatsmijn Maurits, het indrukwekkende monument van Eugène Quanjel in het Mauritspark en het Barbarabeeld vlakbij de ingang van DSM. Ook passeren we het beeld van koempel Sjeng en enkele historische ‘Oostenrijkse woningen’.

Jammer dat er op het traject enkele ‘dode’ stukken zitten waar weinig interessants te zien valt. De wandeling over het verlaten industrieterrein en door de villawijk zouden ze beter kunnen schrappen. Of je moet, net als wij, de route op de fiets doen, dan valt het allemaal nogal mee.

Deze bewegwijzerde route is een initiatief van Stichting Museum en Expositie Geleen (Stichting MEG). De route kan worden gelopen via in het plaveisel aangebrachte tegels. De bijbehorende beschrijving met plattegrond is verkrijgbaar bij de Zuid-Limburgse VVV’s.

Bij de Stichting MEG is ook een boekje te koop onder de titel Geleen, Mijn Domein. Daarin staat allerlei interessante details over de straten, gebouwen en monumenten die je tijdens de wandeling passeert, dat alles verluchtigd met mooie foto’s. Als je dit boekje vooraf op je gemak doorleest komt de wandeling veel meer tot leven. Er zit ook een CD bij met daarop de wandelroute en nog veel meer interessants zoals de toespraak van Den Uyl uit 1965, de Mauritsmars en interviews met oud-koempels.

Oostenrijkse woningen in Geleen

Het hoofdgebouw van de Staatsmijn Maurits in Geleen

Mijnverleden, ons verleden (Sittard-Geleen)

Tijdens deze fietsroute, die 45 kilometer lang is, komen we langs interessante bezienswaardigheden die herinneren aan de mijnbouw in de gemeente Sittard-Geleen. De route begint bij de VVV in het Kritzraedthuis in Sittard. Vandaar gaan we naar het oude Ursulinencomplex, dat in de naoorlogse jaren fungeerde als gezellenhuis voor alleenstaande mijnwerkers. Dan fietsen we verder langs het oude mijnspoor naar de Franciscushaven in Born. Hier werden vroeger de steenkolen van de particuliere mijnen verscheept.

Het monument van Eugène Quanjel in de haven van Stein (foto © Paul Geilenkirchen, 2007).

Vanaf de St. Barbarakapel in Obbicht gaan we verder naar Geleen waar we in de wijk Lindenheuvel uiteraard het beeld van koempel Sjeng en enkele Oostenrijkse woningen bezichtigen. Na het Mauritspark passeren we de Julianatunnel, waar ooit de lange treinen met kolenwagens van de Staatsmijnen overheen reden. Dan gaat het verder naar steenfabriek Plinthos in Daniken en uiteindelijk komen we na het opsteken van een kaarsje in de Karelhoeve in Munstergeleen weer terug op ons beginpunt in Sittard.

Een leuke fietstocht over grotendeels vlakke wegen. De route is niet bewegwijzerd. Een gedetailleerde routebeschrijving is verkrijgbaar bij de provinciale VVV’s.

De Karelhoeve in Munstergeleen

Gedachteniskapel van de Mijnwerkers (Landgraaf)

Op het vroegere mijnterrein van de Staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen is in 2002 een kapel ingericht ter nagedachtenis aan de mijnwerkers, die tijdens het uitoefenen van hun beroep dodelijk zijn verongelukt. Initiatiefnemer was Martin Herbergs uit Simpelveld, die al vanaf 1970 met het idee liep om het gebouwtje te renoveren en om te bouwen tot een gedenkplaats.

Centraal in de Gedachteniskapel van de Mijnwerkers staat het beeld van St. Barbara, patroonheilige van de mijnwerkers. Het beeld is vervaardigd door de Heerlense kunstenaar Sjef Drummen. Let ook eens op de gebrandschilderde ramen en het chronogram van oud-mijnwerker D.W. Jacobs naast de deur. Aan weerszijden van het gebouwtje staat een gedenkmuur met daarop de namen van alle 1456 mijnwerkers, die in de afgelopen anderhalve eeuw in de Limburgse mijnen zijn omgekomen.

De Gedachteniskapel van de Mijnwerkers in Terwinselen (foto © Paul Geilenkirchen, 2004)

De gedachteniskapel ligt in Park Gravenrode in Landgraaf en is te bereiken via de Tunnelweg in Terwinselen. Achter het kapelletje ligt het gebouw van D’r Sjtiel waarin vroeger de Ondergrondse Vakschool van de Staatsmijn Wilhelmina zat. Iets verderop bevindt zich de oude O.V.S.-leermijn, waarvan de ingang pas geleden is hersteld.

Als we het voetpad langs het mijnspoor volgen komen we aan de voet van de mijnsteenberg. Via de langste trap van Nederland met 555 treden en meer dan 235 meter hoog beklimmen we de Wilhelminaberg om daar te genieten van een prachtig uitzicht tot ver in Limburg en Duitsland. Voor wie de trap te steil vindt is er ook een wandelpad door het bos op de steenberg. Na het afdalen kunnen we in het restaurant van SnowWorld even op adem komen.

De trap van de Wilhelminaberg in Landgraaf op een mistige winterochtend

Tip: Wandelroute 131 van de Wandelgids Zuid-Limburg voert over de mijnsteenberg van de Wilhelmina.

Flaneren over mijnsteenbergen in België - Pays des Terrils

De Wilhelminaberg in Terwinselen/Landgraaf is niet de enige mijnsteenberg in de Euregio, die je kunt bezoeken. Vlak over de grens, in het Duitse plaatsje Merkstein, ligt de mijnsteenberg van de vroegere steenkolenmijn Grube Adolf met een hoogte van 245m boven NAP. De weg naar de top is steil en best een flinke klim maar eenmaal boven word je beloond met een wijds uitzicht. Aan de overkant van het Wormdal ligt de abdij Rolduc en in zuidelijke richting kijk je tot ver in de Eiffel. De bijzondere mijnsteenflora en -fauna maken een bezoek aan de steenberg tot iets bijzonders (klik hier voor een fotoserie).

Wat noordelijker bij de Duitse stad Hückelhoven vinden we een van de mijnsteenbergen van de voormalige kolenmijn Sophia-Jacoba. De zgn. Millicher Halde biedt een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Een trap van vierhonderd treden leidt naar de top waar zich een platform met uitzichtpunt bevindt.

Ook de omgeving van Luik heeft op dat gebied heel wat te bieden. Acht gemeenten en drie verenigingen hebben de handen ineen geslagen om de oude mijnsteenbergen (in België "terril" genaamd) van de Luikse mijnen in ere te herstellen. Het leidde tot de oprichting van het Pays des Terrils. Op de achttien terrils en galmeiheuvels van het project werd eerst uitvoerig wetenschappelijk onderzoek verricht. Vervolgens werden parcours aangelegd met informatieborden en oriëntatietafels die de bezoekers wegwijs maken. Al wandelend kun je nu kennismaken met de biologische en historische kenmerken van de terrils, die omgetoverd zijn tot groene reuzen. Ook de industriële geschiedenis is niet vergeten. Zo kun je bijvoorbeeld een kijkje nemen in het belevingspark op de terril Gosson, in de machinekamer van de site Bas-Bois in Soumagne of in het Maison du Site Minier in Plombières.

Bij de vroegere steenkolenmijn Gosson 2 in Saint Nicolas bevindt zich het bezoekerscentrum Maison des Terrils, waar je alle mogelijke informatie kunt krijgen. In het vroegere washuis is een tentoonstelling ingericht. Kijk voor meer informatie op de website Pays des Terrils.

De terril van Blegny mijn in Argenteau-Trembleur (foto © Paul Geilenkirchen, 2004)

Mijnwagentjes her en der

Tienduizenden zijn er onder- en bovengronds van in gebruik geweest: mijnwagentjes in alle soorten en maten. Zo bestonden er wagentjes voor het vervoer van steenkool, houtsleden, gereedschapswagentjes, wagentjes voor het opbergen van de boren voor de schiethouwers en zelfs heuse mijnfietsen. Ze reden over smalspoor met een spoorbreedte van ca. 55 cm. De tractie werd verzorgd door persluchtlocomotieven, diesellocomotieven en elektrische locomotieven onder rijdraad. Bekende Nederlandse fabrikanten van rollend mijnmaterieel waren Spoorijzer Delft en Hovers-Constructie Tilburg (HTC).

Na de sluiting van de mijnen zijn de meeste wagentjes ondergronds achtergelaten of verschroot. Hier en daar tref je nog zo’n wagentje aan: als relict in een voortuin of als klein mijnmonument. Niet alleen in Limburg maar ook buiten de provincie. Kijk eens in de fotoserie Mijnwagentjes her en der voor een paar mooie voorbeelden.

Mijnwagentje in een tuin langs het Julianakanaal in Urmond (foto © Paul Geilenkirchen, 2008).

Meer informatie over smalspoor vind je in het Nationaal Smalspoormuseum in Valkenburg ZH (bij Leiden).

Per fiets naar Eisden in België

We steken met het veerpontje bij Berg aan de Maas over. Aangekomen op de Belgische oever zien we de blauwe bordjes van het fietsknooppuntennetwerk van de provincie Belgisch Limburg al staan. We fietsen door het prachtige Maasdal naar Meeswijk en Leut. Vandaar gaat het verder richting Eisden (knooppunt 55). We komen langs de twee mijnschachten van de steenkolenmijn N.V. Limburg-Maas te Eisden en enkele oude burelen die nu o.a. in gebruik zijn als restaurant en kunstacademie. Op het vroegere mijnterrein bevindt zich nu een modern Outlet Center.

De twee mijnschachten van Eisden rijzen hoog uit boven het Outlet Center Maasmechelen Village (foto © Paul Geilenkirchen, 2007).

De tocht gaat verder door de tuinwijk van Eisden naar knooppunt 60. We komen door statige lanen met prachtige woningen in Engelse tuindorpstijl. Nadat we de St. Barbarakerk (de mijnwerkerskathedraal) zijn gepasseerd komen we bij het Museum van de Mijnwerkerswoning aan de Marie José-straat 3. Dit museum toont het leven van een doorsnee mijnwerkersgezin in de jaren ’30 van de vorige eeuw. De toegang is gratis, voor actuele openingstijden zie de website van de Stichting Erfgoed Eisden.

Museum voor de mijnwerkerswoning (foto © Paul Geilenkirchen, 2007).

Na het bezoek aan het museum gaat het verder via de fietsroute. Dan nemen we de Steenweg van As terug naar Maasmechelen. Na het passeren van de brug over de Zuid-Willemsvaart slaan we linksaf en rijden we in noordelijke richting weer terug naar Berg aan de Maas.


Kijk voor meer foto’s onder het kopje Actuele foto’s.


Hebt u nog een tip voor een leuke mijnbouwroute, laat het dan weten aan de webmaster.


Disclaimer

De hierboven beschreven routes zijn vrijblijvend en onder voorbehoud van wijzigingen. De webmaster aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolledigheden.

top
 top