Zondag 5 februari 2012

De Nieuwstraat: één straat, twee talen

door Paul Geilenkirchen

Het lijkt zo op het oog een doorsnee Nederlandse straat maar de schijn bedriegt: als je de Kerkraadse Nieuwstraat oversteekt, kom je ongemerkt in het buitenland terecht. De onzichtbare grenslijn tussen Nederland en Duitsland loopt midden over de lengte van de rijbaan. De oorsprong van deze roemruchte smokkelstraat ligt bij de kolenmijntjes van de abdij Kloosterrade, het huidige Rolduc.

Twee nieuwe steenwegen in het Land van Rode

De kolenwinning in het dal van de rivier De Worm op het grondgebied van de abdij Kloosterrade (het huidige Rolduc) dateert al van eeuwen terug. Als de monniken in 1741 besluiten om de steenkool zelf te gaan ontginnen, groeien de abdijmijnen in rap tempo uit tot een florerend bedrijf met ruim vierhonderd kolendelvers in dienst, die het ‘zwarte goud’ ontginnen tot op diepten van meer dan 300 meter.

Het Eurode Business Center ligt precies op de scheidslijn van Nederland en Duitsland. Alleen het bordje van Café zur Grenze herinnert eraan dat hier een grens loopt (foto © Paul Geilenkirchen, 2007).

Hoe vervoert men nu al die steenkool in die tijd? De beter gesitueerden laten de kolen met karren van de mijn ophalen en leggen daarmee een eigen voorraadje aan. De armere bevolking koopt de kolen van kolenventers, die langs de deur komen. Deze kleinhandelaren, in de volksmond Kolengids genoemd, vervoeren de kolen verpakt in juten zakken, met kleine paarden of muilezels door de hele streek. Het is een ruw volkje dat volgens de overlevering onderweg geregeld "liederlijke taal uitslaat".

Door de aanleg van twee grote pompinstallaties kunnen de mijnen vanaf 1770 rijkere kolenlagen aanboren, waardoor de behoefte aan nieuwe afzetgebieden snel toeneemt. In het nabije Rijk van Aken, Land van Gulik en Land van Valkenburg zitten genoeg afnemers, maar dan moeten er wel voldoende transportmiddelen en wegen beschikbaar zijn.

In 1779 richt de abdij een kolenmagazijn op aan de Marchierwal in Aken. ’s Zomers brengt men de kolen naar dit magazijn om ze daar op te slaan tot de winter aanbreekt. Een kolenmeter weegt de kolen af en vrouwelijke arbeidskrachten dragen ze naar de gereedstaande voertuigen, die dagelijks zwaar beladen, bespannen met drie paarden heen en weer naar Aken rijden. Zowel in Aken als bij de mijn Platteweide heeft men voor dit doel stallen gebouwd met elk achttien paarden.

Koehlejits, du hass ein schwazze Nasekitz

De dagelijkse ritten door het heuvelachtige land kosten veel tijd. Vooral bij regenachtig weer hebben de paarden de grootste moeite om de kolenkarren over de zware, drassige kleigrond voort te zeulen. Om aan die toestand een eind te maken stuurt abt Petrus Chaineux in 1783 een verzoekschrift aan de Staten van Limburg, waarin hij toestemming vraagt voor de aanleg van twee "kasseiwegen" of heerbanen op kosten van de abdij. De Staten sturen het rekest met een gunstig advies door naar de landsregering. Enkele maanden later, op 22 mei 1783, wordt bij keizerlijk decreet van Joseph II aan de religieuzen van Kloosterrade het recht verleend om twee nieuwe heerbanen aan te leggen "..voor het transport van kolen en werklieden, voor het welzijn van het volk en tot voordeel van de handel".

De twee wegen staan haaks op elkaar. De ene weg loopt van de Holz via Kerkrade-Centrum, Kaalheide en Onderspekholz naar Valkenhuizen en volgt globaal het tracé van de huidige Holzstraat, Hoofdstraat, Wijngracht en Kaalheidersteenweg. Hoewel deze weg dwars door de kom van Kerkrade loopt, blijft zij nog tot 1962 eigendom van het Rijk (Dienst der Domeinen). De naam Grote Rijksweg spreekt wat dat betreft voor zichzelf.

De andere weg loopt vanaf Drey Kreuzer via Kircheich, Pannesheide, Holz, ’s Hertogenrade en de schepenbanken Merkstein en Ubach naar de landsgrens van Jülich, om daar aan te sluiten op de grote Duitse chaussee die van Geilenkirchen naar Keulen leidt. De tweede steenweg volgt globaal het tracé van de huidige Nieuwstraat en ligt daarmee aan de wortels van deze roemruchte straat.

De geografische aanduiding Nieuwstraat dateert uit het begin van de 19e eeuw. Over de oorsprong zijn de meningen verdeeld. Sommigen menen dat het letterlijk "nieuwe straat" betekent. Anderen denken dat het een verbastering is van "Neu-Strass" waarmee men onderscheid wilde maken tussen de nieuwe bebouwing op de kruising van de beide steenwegen en de bebouwing in het nabijgelegen gehucht Strass.

De Hoofdstraat in Kerkrade was tot 1962 een Rijksweg (ca. 1910)

De barrière Kerkrade

In 1786 zijn de beide steenwegen met een totale lengte van 14 km gereed. Ze hebben een breedte van 46 voet St. Lambertusmaat en zijn geplaveid met vast steenbeslag. Het voor die tijd grote project wordt uitgevoerd door Jan Frank te Clermont (Luik). De wegen ontsluiten het hele Land van Rode en geven aansluiting op de steden Maastricht, Aken, Jülich en Keulen. Als tegemoetkoming in de gemaakte kosten mag de abdij op haar wegen tol heffen. Een van die tolbarrières staat in Onderspekholz, op een plek die tegenwoordig nog steeds wordt aangeduid met de naam "In ´t  Barreer" (later hotel-restaurant P. Austen op de kruising Heerlenersteenweg, Schaesbergerstraat en Kaalheidersteenweg).

De Nieuwstraat met links Nederland en rechts Duitsland.

Tijdens het Franse bewind blijft de Nieuwstraat een belangrijke aan- en afvoerroute, zij het nu onder beheer van de Franse Staat. In het Maison neuve op de hoek Holzstraat / Nieuwstraat (het latere Hotel Bosten c.q. café La Barrière) bevindt zich de barrière Kerkrade waar taks wordt geheven, een belasting voor het onderhoud van wegen. Dit huis behoort toe aan een zekere Math. J. Hanssen die er een auberge uitbaat. Op de Tranchotkaart zien we ook twee cabarets (kroegen) langs de weg afgebeeld, vermoedelijk bestemd voor de voerlui die willen uitrusten van de zware klim naar boven vanuit Herzogenrath naar Kerkrade.

Hier kwamen de beide steenwegen bij elkaar. In het monumentale pand op de hoek werd in de Franse tijd wegenbelasting geheven.

Na de val van Napoleon worden Kerkrade en Herzogenrath door het Grenstraktaat van Aken in 1816 van elkaar gescheiden, waarbij de Nieuwstraat aan Pruisen wordt toebedeeld. De grens loopt vlak langs de gevels van de huizen aan de Nederlandse kant. De straat heeft de status van Neutralweg, dat wil zeggen dat grensformaliteiten alleen vereist zijn als men verder het land in reist.

De plaatselijke bevolking stoort zich nauwelijks aan de kunstmatige grenslijn. Ook na de scheiding blijven de Kerkradenaren veel meer op het nabije Duitse grensgebied georiënteerd dan op het verre Nederland. Niet verwonderlijk, want Kerkrade en Herzogenrath hebben eeuwenlang een sociaaleconomische twee-eenheid gevormd. Men spreekt dezelfde taal, heeft dezelfde gebruiken en er zijn nauwe familiebanden over en weer.

Wonen en werken aan de Nieuwstraat

In de 19e eeuw breidt de bebouwing langs de Nieuwstraat zich gestaag uit, vooral aan de Nederlandse zijde. Langs de ca. 2 km lange steenweg ontwikkelt zich een lintvormig straatdorp bestaande uit woonhuizen, winkels, cafés en boerderijen, afgewisseld met akkers en weilanden.

Ook de mijnindustrie doet haar intrede. Bij het Duitse gehucht Kohlberg, ongeveer ter hoogte van de huidige Mediamarkt, had de Sociëteit Fouckert al in 1742 de steenkolenmijn Voccart opgericht. In 1828 verhuist ook de hoofdzetel van de Domaniale Mijn van de Holz naar de Nieuwstraat. De aanleg van schacht ‘Guillaume’, ook wel Grand Bure genoemd, met een ophaalmachinegebouw, ketelhuis, bureauruimte, magazijn en werkplaats start in januari 1828 en is in 1833 voltooid.

De Domaniale Mijn lag ingeklemd tussen de Nieuwstraat (links) en de Straterweg (voorgrond).
(bron: brochure Wereldtentoonstelling te Brussel, 1910)

In 1902 laten de Domaniale steenkolenmijnen langs de Nieuwstraat een rij personeelswoningen bouwen. Deze zgn. Colonie V, bestaande uit 10 arbeiders- en 14 opzichterswoningen, ligt zuidelijk van de hoofdpoort, direct onder de vieze neerslag van koeltorens en schoorstenen. Vlakbij de poort wonen ook de twee directeuren: de villa van Wilhelm Rütgers ligt op het mijnterrein en die van directeur A.J.M. Hulsman een paar honderd meter verder, op de hoek van de Pricksteenweg.

De Kerkraadse kompels drinken na hun stoffige arbeid graag een koud biertje. Aangetrokken door de goede klandizie vestigt zich aan de Nieuwstraat de ene na de andere drankgelegenheid. Kerkrade bezat al van oudsher een respectabel aantal cafés, maar nergens was de dichtheid zo hoog als in de buurt van de mijnpoorten.

Van paardentrein tot gele tram

Langs het weggedeelte tussen Bleijerheide en Pannesheide ligt sinds 1875 een smalspoorbaan, bestemd voor het vervoer van kolen uit de mijnen Neu-Prick en Voccart, beide van de Eschweiler Bergwerks Verein (EBV). Zes tot zeven paarden trekken een sleep van volbeladen lorries over de spoorlijn van de Nieuwstraat naar station Kohlscheid, een afstand van ca 7 km. Op elke wagen bevindt zich 32 Scheffel (=1600 kg) steenkool. Per dag vervoeren beide mijnen zo 550 ton steenkool. Het werk is uitbesteed aan de drie gebroeders Leuchter uit Kerkrade die een monopolie op het kolentransport hebben. Zij bezitten een grote stal vlakbij het grenskantoor Bleijerheide met twaalf knechten, veertig paarden en een eigen smederij.

De smalspoorbaan op de Nieuwstraat met rechts een lege kolentrein op de terugweg (ca. 1900).

Op 12 februari 1902 komt de elektrische tramlijn van Aken naar Merkstein in bedrijf met een zijtak naar de Neuprick. Daarmee komt een eind aan het paardentransport door de Leuchters. De kolen worden voortaan op brede, platte wagens over de tramlijn naar Kohlscheid vervoerd. Het tramspoor van de Rheinische Elektricitäts- und Kleinbahnen AG (REKA), later omgevormd tot lijn 16 van de ASEAG, loopt aan de Duitse zijde, parallel aan de Nieuwstraat. Jarenlang tuft het gele trammetje over de Nieuwstraat, tot het in 1959 na ruim een halve eeuw trouwe dienst buiten gebruik wordt gesteld.

Tram lijn 16 onderweg naar de Goethestrasse in Aken. Deze foto is in 1947 genomen ter hoogte van de grenspost Pannesheide (archief ZLSM)

De grens gaat op slot

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de bevolking van de grensstreek voor het eerst sinds 1816 met de neus op het feit gedrukt dat men in twee verschillende naties leeft. Kort na het uitbreken van de oorlog sluiten de Duitsers alle wegen af, die uitkomen op de Nieuwstraat. Overdag marcheren lange rijen Duitse soldaten over de straat op weg naar het oorlogstoneel in België en Frankrijk. Bij de grensposten heerst een amicale stemming, maar ’s nachts vallen er regelmatig schoten in de achtertuinen als de grensbewakers weer eens een deserteur bij een vluchtpoging betrappen. In 1915 plaatst het Duitse keizerrijk een draadversperring op de grenslijn, die later wat meer naar het midden van de weg verschuift. Zo wil men deserteurs en krijgsgevangen het vluchten beletten en spionnen weren. Menig soldaat die uit de krijgsgevangenschap heeft weten te vluchten en ook deserteurs zijn bij de grens doodgeschoten.

Een ontspannen sfeertje bij de grenspost Pannesheide, vlak na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (archief gemeente Kerkrade).

Door de economische blokkade gaan levensmiddelen, kleding en andere elementaire levensbehoeften in Duitsland op rantsoen. De prijzen stijgen in rap tempo en langs de grens ontstaat een levendige smokkel. Om de zwarte handel te beteugelen bouwen ook de Nederlanders een jaar later een hoge draadversperring. Als blijkt dat de smokkelaars zich daardoor niet laten weerhouden, sluit de gemeente de ramen en deuren van de meeste huizen aan de straatzijde hermetisch af met kippengaas. De bewoners hebben nu drie afrasteringen pal voor hun huis en kunnen alleen nog via de achterdeur hun woning verlaten.

Kerkrade op zijn smalst
(Kerkraadsche Courant, uitg. P. Herpers 1916)

Het grensverkeer wordt beperkt tot de doorlaatposten Pannesheide en Holz. Wie de grens wil passeren moet tevoren een speciale dagpas aanvragen. Voor het zgn. kleine grensverkeer (grensbewoners, dienstbodes, dokters, pendelaars, etc.) volstaat een Durchlasskarte, een meerdaagse kaart die het Grenzschutzkommando verstrekt.

Kort na de Eerste Wereldoorlog verdwijnt de afrastering en wordt de situatie aan de grens weer als voorheen. Dankzij de schaarste in Duitsland verandert de Nieuwstraat in de jaren ’20 in een levendige winkelstraat met een bonte verzameling aan tabakszaken, winkels met koloniaalwaren, tankstations en Wechselstuben. Vet, margarine, spek, koffie, cacao en andere levensmiddelen worden veel gekocht. Ook meel en petroleum zijn veelgevraagde producten. De prijzen liggen hier een stuk lager dan in Duitsland. Door de enorme geldontwaarding in Duitsland zijn inkopen ter waarde van dertig miljoen mark geen uitzondering. De winkeliers bedrijven hun nering vanuit houten noodkeetjes, de zgn. vliegende winkels. Het schijnt dat zelfs de Duitse dames van lichte zeden dank zij de harde gulden uitstekende zaken deden aan de grens.

An der Rennbahn

Door de grote belangstelling voor de wielersport ontstaan in de jaren ’30 op veel plaatsen wielerbanen. Zo ook in Kerkrade, waar de Nederlands-Duitse Stichting Wielerbaan Nieuwstraat in 1932 het initiatief neemt tot de aanleg van een grote overdekte wielerbaan. De zgn. ‘renbaan’ ligt aan de Duitse kant van de Nieuwstraat, schuin tegenover de poort van de Domaniale Mijn, en biedt plaats aan 6000 toeschouwers. Op zaterdag 6 mei 1933 vindt de officiële opening plaats. De eerste jaren worden op de baan veel wielersuccessen geboekt, maar wanneer Hitler aan de macht komt taant de belangstelling.

In mei 1940 gebruiken de Duitse troepen de baan heimelijk als verzamelpunt voordat zij Nederland binnentrekken. Tijdens de oorlog wordt de baan zwaar beschadigd door granaatvuur en na de oorlog gebruiken daar gehuisveste Sileziërs het prachtige houten gebouw als brandhout. Na jaren van desolate toestand wordt het bouwsel in december 1952 door een Duits bedrijf gesloopt. Alleen de straatnaam An der Rennbahn herinnert nog aan deze tijd.

Donkere tijden breken aan

Begin dertiger jaren begint de Duitse aanhang van Hitler zich in de grensstreek te roeren. Dagelijks komen de Nazi-aanhangers in groepjes naar de grensstreek om zich hier uit te leven in politieke agitaties. Er is zelfs een soort agentschap in Kerkrade dat zich bezig houdt met het opstellen van zwarte lijsten met namen van landgenoten die het als hun plicht beschouwen tegen de Nazi-terreur te strijden. Ook geven de bruinhemden vanuit het huis instructies voor in Nederland wonende Duitsers.

Krantenartikel uit 1932

Mijnwerkers van Duitse komaf worden gemolesteerd en durven niet meer over de Nieuwstraat naar hun werk op de Domaniale Mijn. Het provocerende optreden van de "Heil-Hitler lui", zoals de kranten hun noemen, leidt in Kerkrade meermalen tot incidenten en schermutselingen. Op de Nieuwstraat heerst een unheimliche sfeer, mede veroorzaakt door de aanleg van de Umgehungsstraße naar Aken waardoor er nauwelijks nog verkeer over de weg rijdt. De middenstand die een paar jaar eerder nog gouden tijden beleefde, klaagt steen en been over het gebrek aan klandizie. In september 1939 sluiten de Nazi’s de straat over de hele lengte af met een manshoge prikkeldraadversperring op ongeveer 1 meter afstand van de tramrails. Al eerder had de Arbeitsdienst een afsluiting van kippengaas aangebracht. Iets verderop tussen Kohlscheid en Herzogenrath ligt de Siegfriedlinie, die Hitler in mei 1939 persoonlijk komt inspecteren en waarvan de restanten vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn.

Restanten van de Siegfried Linie of Westwall bij Pannesheide (foto © Paul Geilenkirchen, 2005)

In december 1939 sluit ook Nederland bij de douanekantoren Holz en Pannesheide de toegangswegen naar de Nieuwstraat met een hoge draadversperring af. De bedoeling is om hiermee het illegaal overschrijden van de grens en de smokkelhandel van o.a. koffie tegen te gaan.

Het IJzeren Gordijn

Na de bevrijding van Kerkrade op 5 oktober 1944 door de 30th Infantry Division ‘OLD HICKORY’ wordt de afrastering door het publiek spontaan gesloopt, echter korte tijd later leggen de geallieerden alweer een nieuw IJzeren Gordijn aan. Gemotoriseerd verkeer is verboden en personenverkeer blijft de eerste jaren beperkt tot inwoners van Kerkrade met familie in Duitsland. Zonder toestemming van de douane mogen niet-bewoners de straat niet betreden. Ooit waren er tijden waarin ’s zondags meer dan vijfduizend mensen over de anderhalve kilometer lange straat liepen te wandelen, nu heerst er stilte en mogen binnen een "verboden strook" van 1500 meter alleen personen met een speciale pas komen. In 1949 plaatsen de Nederlandse autoriteiten een nieuwe hoge afrastering die zich een paar meter meer naar het oosten bevindt. Door deze grenscorrectie wordt de Nieuwstraat bijna over de volle breedte Nederlands gebied. Aan de Duitse zijde blijft alleen een paar meter over voor het tramspoor. Het douanekantoor en de slagboom bevinden zich op dat moment nog aan de kop van de Holzstraat, tegenover de wissel van de LTM-tram naar Heerlen.

De Nieuwstraat kort na de bevrijding. In de houten keetjes, de zgn. vliegende winkels, werden sigaretten en levensmiddelen verkocht (Van Heely collection)

In 1953 wordt de grenspost Holzstraat opgeheven en vervangen door de grensposten Pannesheide-Kohlscheid en Holz-Herzogenrath. Vier jaar later gaat ook de hoge afrastering tegen de vlakte waarvoor een lage draadversperring op betonnen paaltjes in de plaats komt. Bij het Grensverdrag van 1960 wordt tenslotte bepaald dat de westelijke helft van de Nieuwstraat definitief Nederlands grondgebied zal blijven en dat is tot de dag van vandaag nog steeds zo.

Gezicht op de Nieuwstraat richting Herzogenrath, eind jaren ’50. De draadversperring op betonnen paaltjes dateert uit 1957.

Een grappig voorval

Een grappig voorval doet zich voor op 7 februari 1954 als een echtpaar, wonend aan de Nieuwstraat, het gouden huwelijksfeest viert. In Limburg is het in die tijd gebruikelijk dat de plaatselijke harmonie de feestvierenden naar de kerk begeleidt en later een serenade komt brengen. Maar de nieuwe Zondagswet van 1953 verbiedt openbare muziek voor één uur ’s middags. Het buurtcomité maakt van de nood een deugd en laat een Duits muziekcorps uit Herzogenrath aanrukken om de koets aan de andere kant van het prikkeldraad - dus op Duits grondgebied - te begeleiden. De blazers blazen extra hard zodat de muziek in Nederland goed te horen is. Zo wordt de wet niet overtreden, terwijl het bruidspaar toch muziek heeft! Als de Duitsers vertrokken zijn neemt de Auw Harmonie "St. Cecilia" uit Kerkrade het stokje over en brengt het bruidspaar een aubade voor hun woning aan de Nieuwstraat. Helaas een uur te vroeg, zodat voorzitter Friets Ploum alsnog twee processen-verbaal aan zijn broek krijgt wegens het verstoren van de zondagsrust.

Butter und Käse aus Holland

Begin jaren ’60 rijdt er weer volop verkeer over de Nieuwstraat. De Duitsers trekken massaal naar Nederland om hier boter, koffie en levensmiddelen in te kopen. Ondanks de groeiende Europese eenwording laten de grensbewakers niet met zich spotten. Ze zijn berucht om hun fanatisme: auto’s worden van boven tot onder doorzocht, paspoorten nauwgezet gecontroleerd en personen gefouilleerd. De vraag "Haben sie etwas zu verzollen?" zal menigeen nog bekend in de oren klinken. Tijdens de Butterfahrten op zaterdagmiddag staan de Duitse Opeltjes in een kilometerslange rij voor de grens, soms tot halverwege de Holzstraat in Kerkrade. Vanaf midden jaren ’60 zijn de rollen precies omgekeerd. Lokten voorheen de Nederlandse middenstanders Duitse klanten met voordelige aanbiedingen en lage prijzen, nu zijn het de Duitse winkeliers die met stuntaanbiedingen massaal Limburgers over de grens trekken om daar voordelig boodschappen te doen. De oosterburen buiten de situatie goed uit. Vooral sterke drank is in Duitsland aanzienlijk goedkoper dan hier, vandaar dat men ook wel spottend over Whiskey Fahrten spreekt.

Het Duitse grenskantoor Herzogenrath-Holz aan de Aachener Straße begin jaren ’60. De tramlijn is op deze foto al verdwenen, evenals de kinderkopjes.

Ook de dagelijkse stroom mijnwerkers zorgt voor de nodige levendigheid op straat. In de hoogtijdagen werken ruim 3400 man op de Domaniale Mijn, waarvan een groot deel uit Kerkrade afkomstig is. De mijnwerkers komen elke dag in drie ploegen te voet of met de fiets over de Nieuwstraat of Straterweg, pungel op de schouder, pet op het hoofd en ogen zwartomrand. In 1969 sluit de mijn haar poorten waarmee een eind komt aan honderdvijftig jaar mijnbouwhistorie aan de Nieuwstraat. Niet lang daarna worden alle gebouwen gesloopt en verschijnt op het mijnterrein een moderne woonwijk, waarvan alleen de straatnamen nog herinneren aan de mijnbouw in het Land van Rode.

De Leiconmuur

Aanleg van de Leiconmuur in juni 1968 (foto archief Limburgs Dagblad)

In 1968 besluiten de beide landen het hekwerk te vervangen door een 2,1 kilometer lange afscheiding van afgeschuinde betonnen blokken, de zogenaamde Leiconmuur. Aan de aanleg gaan jarenlange discussies vooraf. Vooral van Duitse zijde is men fel tegen het plaatsen van een nieuwe grensafscheiding. Burgemeester Josef Rütten van Herzogenrath wil dat de burgers net als vroeger de grens ongehinderd kunnen passeren. Volgens hem zetten de betonblokken de klok jaren terug in de tijd. Het Kerkraadse gemeentebestuur wil echter om verkeerstechnische reden kost wat kost een afscheiding tussen beide weghelften.

Uiteindelijk komt de ‘Muur’ er toch. Het is streng verboden de grens via de blokken over te steken, wat in de praktijk een wassen neus is want er is nauwelijks toezicht. Een paar keer per dag rijdt de douane in een Volkswagenbusje langs om steekproefsgewijze controle uit te oefenen. Enkele jaren later komen er twee vrije grenspassages voor voetgangers die dan wel over een Pas Klein Grensverkeer moeten beschikken.

Een dodelijke schietpartij

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Dat het werk aan de grens gevaarlijk kan zijn, ondervinden enkele douanebeambten in 1978. Op 1 november van dat jaar worden zij rond het middaguur bij een steekproefcontrole op de hoek van de Nieuwstraat en de Kokelestraat neergeschoten door twee leden van de Baader-Meinhof groep, die proberen illegaal Nederland binnen te komen.

Twee douaniers Dyon de Jong en Jan Goemans laten hierbij het leven, terwijl de daders in een gestolen busje met hoge snelheid richting Nederland verdwijnen. Kerkrade is diep geschokt en leeft intens mee met de nabestaanden. De twee terroristen worden een paar jaar later opgepakt en krijgen levenslange gevangenisstraf. Sinds 2003 herinnert een kleine plaquette in het troittoir van de Nieuwstraat aan deze dramatische gebeurtenis.

Altijd maar weer die Nieuwstraat ...

De Nieuwstraat vormde verschillende keren het strijdtoneel van voetbalsupporters, soms daartoe aangespoord door sensatiebeluste TV reporters. Dat is ook het geval tijdens het EK van 1992 wanneer een grote groep jeugdige Duitsers na de aftrap van de wedstrijd Nederland-Duitsland over de Nieuwstraat in de richting van Kerkrade-Centrum trekt, waar zij twee fragmentatiebommen laten ontploffen. Hierbij raken drie mensen gewond. Na het laatste fluitsignaal van de wedstrijd, die door Nederland met 3-1 wordt gewonnen, trekken honderden feestvierende Kerkradenaren de Nieuwstraat op waarbij het tot wederzijdse provocaties komt. Er moeten 170 ME-ers aan te pas komen om escalatie te voorkomen.

Een dreigende situatie op de Nieuwstraat. ME-ers te paard moeten eraan te pas komen om de gemoederen te kalmeren (Limburgs Dagblad, 19 juni 1992).

Burgemeester Jan Mans denkt dat de supporters de leiconblokken als een soort psychologische barrière zien. "Altijd maar weer die Nieuwstraat", zo verzucht hij na die hectische voetbalavond in 1992. Hij is ervan overtuigd dat de ongeregeldheden zullen afnemen als de muur wordt weggehaald. Een jaar later gaat zijn wens in vervulling. In oktober 1993 beginnen werklieden met de sloop van de 30 cm hoge grensmuur. De straat wordt met Europese subsidie opnieuw ingericht, waarbij alle zichtbare grensafscheidingen verdwijnen.

Tegenwoordig is de Nieuwstraat een drukke verkeersweg die - volgens de eisen des tijds - rijkelijk is voorzien van rotondes en andere verkeersbelemmerende voorzieningen. Het laatste stukje van de Leicon afscheiding staat als monument op een van die rotondes.

Het monumentje van Leicon blokken op de Nieuwstraat.

Samen verder in Eurode

De inwoners van Kerkrade en Herzogenrath zijn de afgelopen halve eeuw geleidelijk uit elkaar gegroeid. Niet alleen de Tweede Wereldoorlog is daar debet aan, ook de uitstroom van autochtone bevolking speelt een rol. Met de komst van migranten uit andere regio’s zijn de oude familiebanden grotendeels verdwenen. Een indirect gevolg is dat er aan de Duitse zijde nauwelijks nog streektaal wordt gesproken, terwijl het Kerkraads dialect zich al die jaren goed heeft weten te handhaven.

Nieuwe tijden bieden nieuwe kansen. Sinds 1 januari 1998 werken Kerkrade en Herzogenrath samen in een publiekrechtelijk samenwerkingsverband onder de naam Eurode, een samentrekking van Europa en Land van Rode. Het streven van beide gemeenten is dat Eurode de eerste echte Europese stad wordt. Een van de belangrijkste wapenfeiten tot nu toe is de oprichting van het Eurode Business Center dat zich op de plek van de oude grenspost Holz-Herzogenrath bevindt. Een bedrijfsverzamelgebouw met een bijzondere architectuur, dat de afgelopen jaren door een enorme schuldenlast moeilijke tijden doormaakte.

Sporen uit een recent verleden aan de Nieuwstraat in Kerkrade (foto’s © Paul Geilenkirchen, 2008)

Bekijk ook de fotoseries De Nieuwstraat, 220 jaar steenweg en Een wandeling over de Nieuwstraat.


Sporen van het verleden

Hoewel veel waardevols is gesloopt, zijn op de Nieuwstraat nog genoeg sporen uit het verleden te vinden. Zoals de oude boerenhoeve op Pannesheide, die in 1786 tegelijk met de steenweg naar Aken werd aangelegd. Of de fraai versierde huizen uit de tijd van de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. Het kost even zoeken, maar als je er oog voor hebt valt er op de Nieuwstraat nog veel historisch en architectonisch schoons te ontdekken.

Geraadpleegde bronnen:

- Dr. W. Gierlichs - Over de mijnbouw der abdij Kloosterrade. Roermond, 1937.

- Dr. P.C. Boeren - De abdij Rolduc (1104 - 1804). Maastricht, 1945.

- Tijdschrift Steenkool, december 1947.

- Domaniale Steenkolenmijnen - Geschichte der Domanialgrube.

- J. Driessen - Kerkrade in oude ansichten. Zaltbommel, 1972.

- Prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers - Rode, de oudste nederzettingsgeschiedenis van het Land van Rode. Maastricht, 1984.

- Louis Augustus, J. Driessen e.a. - 200 jaar steenwegen in Kerkrade en Herzogenrath. Kerkrade, 1986.

- Mr. P.M. Boudewijn - Kerkrade, monumentje van Uw tijd waard. Kerkrade, 1989.

- R. Zandvoort e.a. - Kerkrade en de Tweede Wereldoorlog 1937 - 1947. Kerkrade, 1994.

- Limburgs Dagblad d.d. 15 december 1990 en 19 juni 1992.

- Nico Moonen - Enkele gegevens over de steenkolenmijnbouw.

- ’t Senior Bledsje d.d. juni 2005.

top
 top